Marc

Vorig jaar wilde ik jouw bureel opruimen. Nu voel ik de nood je aan te manen tot een digitale blijf in uw kot. Ik heb veel bewondering voor jou en je collega’s. Het is niet gemakkelijk te blijven staan in stevige stormen. Jullie gaan ervoor en houden vol. Op mijn sympathie kunnen jullie rekenen. Wat ik aan jou ook bewonder is dat je je niet laat doen. Je bent even hardnekkig als een virus. Je zwemt als geen ander tegen de stroom in. Door de stront moet je niet kruipen maar vliegen. Proficiat daarvoor. We hebben er gisteren over gepraat tijdens onze wandeling maar je zei niets terug. Koppig als je bent, denk je er wellicht het jouwe van. Je weet goed genoeg hoe het gaat met kwaliteiten en valkuilen. Ik moet jou niet uitleggen dat je met meer rust en ontspanning meer afstand kan nemen en milder naar de wereld kijkt. Ik las dat je vorig jaar amper twee dagen vrij nam. Dat verklaart veel en lijkt me niet gezond. Misschien is de vakantie met slecht weer die je nu te beurt valt nog zo slecht niet. Vandaag ging ik fietsen. Richting Ranst en door de Markweg in Rijkevorsel. Het wilde weer lukken. Ik moest weer aan je denken. Ik heb onderweg een Markske gedaan. Iets wat ik in pakweg Antwerpen stad al een tijd vermijd. In Keerbergen toeterde een autobestuurder omdat ik langs de kant van de weg op mijn fietsmaatje wachtte. Op een zonnige zondagvoormiddag om half elf in een rustige residentiële straat. Een oudere man en vrouw in een dure auto. Ik keek op. Zag aan de man achter het stuur dat het geen vergissing was en begon breed te glimlachen en enthousiast te zwaaien. Ik wilde hem niet uitlachen maar wel doen nadenken. Ik had een helm op en schatte in sneller te zijn. Je weet nooit. Jij had het zeker ook gedaan misschien zonder kansberekening, voor de sport of gewoon omdat je het niet laten kan. Ik ben daarna geen heethoofden meer tegengekomen en het voorval was snel weer uit mijn hoofd. Het voordeel van ontspanning. Moet je eens proberen, Marc. Je mag altijd nog eens meekomen. Dan hebben we er het er nog eens over.  

GPS

‘Van onze Tom weet je nooit hoe laat hij komt en hoelang hij blijft’ zei mijn schoonvader en dus stapten wij in totale vrijheid op onze nieuwe fietsen voor een korte rootsreis. Voorzien op alles maar nog zonder tent en slaapzak laten we ons verrassen door wat komen zal. De route- en navigatie-app Komoot stuurt ons langs mooie en vaak onbekende wegen. Een oude man op een erf zwaait terug. Zelfgemaakte koffie aan het Schulensmeer. Een glas schuimwijn bij mijn ouders. Koffie met gebak bij zijn ouders. Relatief droog op de bestemming. Overnachten in de oude sigarenfabriek waar we bijna vierentwintig jaar geleden onze trouwfoto’s maakten. Toen nog een ruïne, ondertussen warm industrieel en met klasse gerenoveerd. Buiten ontbijten. En dan staat die schoonvader kwispelend in koerstenue voor de factorij. ‘Van papa weet je nooit wanneer hij komt en hoelang hij blijft’ aldus de zoon. We hebben er een GPS bij. Eentje waarvan je het geluid niet kan afzetten en ook weerstation is. Na de middag gaat het regenen. Hij loodst ons langs zijn jongste zoon, het college waar we school liepen en langs het militair domein naar Koersel kapelleke waar ongeveer alle schoolreizen naartoe gingen. Zalig om die twee vijfenzeventig en vijfenveertig naast elkaar te zien rijden. Aan de steenkoolmijn van Beringen drinken we samen een glas en keert hij terug naar huis. Straks gaat het regenen. Het was fijn samen te fietsen. We rijden verder met Komoot langs Diest en de Demer. Vanaf Aarschot regent het. Je weet nooit wanneer het komt en hoelang het duurt. Onze fietsen zijn gepoetst. We kunnen weer dromen van een volgende trip.  

Porsche

‘We zijn backpackers met slechte knieën’, hoor ik hem zeggen als we samen bij fietsen King aankomen. Ik kijk even rond, zie alleen fietsen en begrijp dat het over ons gaat. Bij de specialist fysische geneeskunde kijk ik ook even rond als hij spreekt over zesenveertig jaar. Ik besef pas dat het over mij gaat als er niemand anders in de kamer is. Mijn fietsmaatje heeft zijn huiswerk gemaakt en spreekt al een tijd over een onderhoudsarm versnellingssysteem. Daar vang je mij mee. Zo blijf ik in je wiel. Het verwijst naar lange trektochten en avontuur, rust en ontspanning. Snelle efficiënte systemen hebben een streepje voor en steken een tandje bij. De masterclass door de opper king brengt ons bij Rohloff-naaf. Ik weet niet of ik alles wat hij vertelt, kan onthouden. Een goede leraar weet leerlingen met drama en humor bij de les te houden. Met een geweer tegen zijn slaap kiest de verkoper voor Rohloff-naaf. Een systeem dat al dertig jaar bestaat en ons na een testrit ook overtuigt. Als de fiets wordt geleverd wanneer al onze vakantiedagen op zijn, proberen we het nieuwere Pinion. Die heeft ook een bijzondere overbrenging voor duurzaam schakelgemak maar hier zit alles in de trapas in plaats van het achterwiel. Bedacht door junioren bij Porsche. Oh jee. Het is als kiezen tussen de BMW 5- of 7- reeks terwijl we geen BMW-rijders zijn. Mijn koersfiets is tweedehands, heeft een derailleur en bolt prima. Zonder notitie te nemen, probeer ik het belangrijkste op te slaan al vrees ik voor hier-in en daar-uit. Zo gaat het ook nog een tijd over het frame, de ketting en de schijfremmen terwijl ik wegdroom en de wind mee heb op onze eerste fietsreis. Na lang wachten, komen de fietsen aan en zijn ze klaar om op te halen. In het atelier krijgen we nog een cursus, de dienst na verkoop. Elke vijs wordt getoond, elk scenario overlopen en elke oplossing uitgelegd. Hoewel je niet lek kan rijden, oefenen we toch voor het geval dat. We kopen hier in één beweging een pakje je-weet-maar-nooit. Heb ik al verteld dat we kiezen voor het merk Idworx? Als de naam zijn eer aandoet ben ik hier tijd aan het verliezen die ik op mijn fiets kan doorbrengen. Ik hoop uit te bollen als we met onze fiets de winkel verlaten en bots op een bekende. ‘Oh. Geweldig. Is het een elektrische?’ ‘Nee zeg. Het is een euh…’ Ik weet niets meer van wat ik heb geleerd en wil alleen gaan rijden. ‘Maakt niet uit’ sust hij. ‘Geniet van je trip. Ik zie de foto’s wel komen’. 

Franse slag

Loper wordt fietser. Wordt vervolgd. Hier lees je maar liefst vierentwintig redenen waarom wielrennen beter is dan lopen. Dat kan tellen, vind je niet? Alleen bij nummer negentien en de fantastisch mooie benen, heb ik zo mijn bedenkingen. Daarin heeft volgens mij lopen een streepje voor. Ik ben er bovendien van overtuigd dat je soms ook moet lezen wat er niet staat. Je moet me niet geloven maar er wordt met geen woord gerept over materiaal en kledij en dat kan volgens mij niet. Dat zijn toch geen details in deze liefhebberij. Je raakt niet ver op platte tubes en je bips ziet af zonder zeemvel. Wat zeg ik. Je hebt toch een en ander nodig. Al leerde ik van onze vrienden Stijn en Marlot niet te overdrijven. Zij leven als God in Frankrijk. Wanneer we bij hen zijn en gaan fietsen is dat zonder veel voorbereiding en a l’aise. Gewoon een uitstapje, zonder helm, geen klikpedalen en ik vermoed zelfs geen reservebandjes al durf ik dat laatste niet helemaal beweren. Ze zijn immers zeer zelfvoorzienend. Die hebben geen wand nodig zoals in het boek van Marlen Haushofer om te bewijzen dat ze op zichzelf alles kunnen. Hobbelend over kasseien of landbouwwegen? Pas de problème. In Parijs-Roubais word je daardoor een held. Ik leer ook alsmaar beter loslaten. De rebel in mij wil ook de aanstellerij tegengaan. Ik had nog geen fietsbel en heb sinds kort een eend mee als knipoog. Samen trekken we er op uit. Losjes. Een tikje slordig. Rustig en op het gemak. Zelfs voor de knooppunten blijkt het de juiste filosofie. In het begin werd ik als een magneet naar de knooppunten toe getrokken. Ik volgde hen blindelings ook als het niet moest. Ondertussen weet ik dat ik niet de bordjes maar wel het juiste nummer moet volgen en dat ik verder vooral rechtdoor moet blijven gaan. Even eenvoudig als simpel. Het is fietsen met de Franse slag maar heel ontspannend. En dan spreek ik nog niet over die vierentwintig andere voordelen. Benieuwd? Probeer het zelf ook eens.

Jodoigne

Jarenlang stapte ik uit bed en in mijn loopkleren. Nu dat niet kan, zoek ik wat wel kan. Nog eens omdraaien, wandelen, hometrainer, … Het is niet hetzelfde. Fietsen dan. Het vraagt meer voorbereiding. De fiets moet in orde zijn, de kledij afgestemd op het weer, de rugzak gevuld met reservemateriaal en extra energie en dan moet je nog een route verzinnen. Mijn god, wat een hobby. Kom op! Aanspreken, doorspreken en afspreken maar dan welja, met mezelf. Ik weet dat het me goed zal doen. Ik kies voor knooppunten richting Jodoigne en begin alvast Tiens te praten. Ich gon met de vló noa de met. Zaait da nog ne kieje. Ik kan het niet laten om dat dialect na te bootsen. Als ik in de buurt van Tienen kom, denk ik aan mijn tijd als vakbondssecretaris. Wanneer ik met vakbondsafgevaardigden van de Tiensesuikerfabriek samenkwam, vroegen ze mij iedere keer te raden hoeveel percent suiker in de bieten zat. Ik gokte met de hulp van mijn notities en iedere keer weer werd er monkelend naar elkaar gelachen. De samenzweerders. Nije. Zaait nog es iet. Hoger. Hoger. Alsof ze door lang tegen de bieten te praten zelf voor meer zoetigheid hadden gezorgd. Heerlijk die beroepsfierheid. Of Jenny van de visafdeling van de Carrefour van Tienen. Zij kon de grootste onrechtvaardigheid aanklagen. Ik hoorde alleen haar sappige taal. Ik passeer de Brouwerij van Hoegaarden die we dankzij syndicale strijd konden open houden.Wat een geweldige streek om door te fietsen. Vergezichten, weilanden, niet altijd verharde wegen en prachtige vierkantshoeves. Ich vîng het goed ménneman.  
Sint Jacob wist waarom hij langs hier naar Compostela liep. Als ik op de Grote markt van Geldenaken kom, schakel ik over naar Frans. La grande place klinkt beter dan de met. Bij aankomst thuis zen ich poemp af. Ik heb dan ook twee talen geoefend onderweg en nee opgeven staat niet in mijne wowëdeboek. 

Paaspauze

Twee keer knipperde ik met mijn ogen. Twee keer. Eén. Twee. En het was gedaan. Over en voorbij. Vijf dagen. Vier nachten. In fast forward. Een minibubbel van twee in quarantaine. Alleen met knuffelcontact eigenlijk. Wachten op een vaccin doe je in stijl. Glooiende Vlaamse Ardennen. Een genoveerde koeienstal. Snelle fietsen. Goede stapschoenen. Een paar mooie boeken. En verder Netflix, Spotify en Bialetti. Of omgekeerd. Eerst koffie. Dan muziek. En afsluiten met een film. Meer moet het echt niet zijn. Het avontuur begint waar je het niet voorziet en met vier seizoenen op een dag. Ja, soms sneeuwt het in april. Fietsknooppunten en wandelwegen zover als je kan gaan. Play. Geen tijd om jammer te vinden dat de fietsschoenen per ongeluk thuis bleven en de koersfietsen op de trekhaak. Zelfs niet terug gespoeld om ze thuis terug op te halen. Niet nodig want liever lang dan kort. Wandelen als topontspanner. Absolute aanrader is de dwaallicht wandelroute in Brakel en Maarkedal. Het wandelpad in  Sint-Lievenshoutem mag er ook zijn. De Sint-Lievenswandeling in Sint-Lievens-Esse komt voorbij een Leonidaspralinenwinkel wat ik nog nooit had meegemaakt want behalve een kerk en een frietkot is er niets. De molenroute in Oosterzele hebben we niet echt gevonden al was de start en aankomst bij stokerij Van Damme best lekker. Herzele mag de aangekondigde wandelingen ook iets meer verzorgen. De volgende keer vertrekken we thuis mét de fiets dan kunnen we die klikschoentjes niet meer vergeten. Als we vertrek en aankomst langer rekken is het misschien minder vlug voorbij. Als de tijd zonder vakantie niet snel genoeg voorbij gaat, knipper ik nog eens met mijn ogen. Rewind. En rewind. Dan speel ik dit nummer nog eens af. Zoveel als ik wil. Hopelijk overvalt me dan telkens weer hetzelfde gelukzalige ontspannen gevoel.

Kostuum

De trein is altijd een beetje reizen. Tijdens een pandemie doe je alles met afstand. Ook vervoeren. Je gebruikt de Hello Belgium Railpass wanneer je genoeg hebt van een leven zonder feestjes en franjes en cultuur essentieel wordt. Toen ik dit weekend de trein nam voor een citytrip, merkte ik pas hoelang het geleden was dat ik me nog per trein had verplaatst. De oude klederdracht van het spoorwegpersoneel stond nog in mijn hoofd geprogrammeerd en moest nog gereset. Ik heb al mijn hele leven een zwak voor kostuums. Toen we nog mochten vliegen (ik heb geen familie in het buitenland) en we na een stapvakantie in een vliegtuig stapten, was ik altijd gecharmeerd door een steward en stewardess strak in het pak. Stijf in den eik, zeggen ze in Antwerpen. Geef toe. Iedereen ziet er beter uit in een mooi kostuum. Op begrafenissen merk je dat. Of op trouwfeesten. Het is het enige moment dat mijn echtgenoot een pak draagt. Ik kan dan mijn ogen niet van hem afhouden. In bedrijven met arbeidskledij weet ik dat het voor eeuwige discussies zorgt. Of vrouwen een rok, broekrok of broek mogen is nog zoiets. Allemaal hetzelfde of toch een beetje verschil. De kleuren van het bedrijf. Geen wonder dat de Belgische spoorwegen lange tijd geen personeel vonden. Wie draagt er nu graag grijs met oranje? Die verdienen een extra premie. Gisteren stapten wij op de trein en dacht ik heel even dat me van vervoermiddel had vergist. Ik was hun blauwe uniform duidelijk nog niet gewoon. Professioneel, praktisch en tijdloos ontworpen door het Belgische modehuis Xandres. Ze hebben zelfs een bijpassend mondmasker en vrouwen kunnen een kleedje kiezen. De conducteur was steward geworden en oogde euh…knap. Ik draaide me om en keek nog eens goed. Fluisterde dat die nieuwe uniformen beter waren waarop de geüniformeerde fier ‘veel beter’ riep. ‘En veel betere kwaliteit’. Duidelijk goed voor het werkplezier. De trein is nog meer reizen met dat nieuwe pak. 

Vertragen

‘Alleen in de vertraging kan je leren’, glimlachte Elly. Die had ik nog gehoord en mezelf kennende ook opgeslagen. Ik bewaar mooie screenshots voor mindere momenten. Zoals zij de zin uitsprak, bleef de boodschap beter hangen. Het moet te maken hebben met dat ze zegt wat ze doet en doet wat ze zegt. We zijn een half jaar verder en ik denk nog regelmatig aan haar wijze raad. Het is wel zoeken naar vertraging, moet ik toegeven. Die ligt toch niet echt voor het rapen op dit moment als je het mij vraagt. Versnellen lijkt, nee, is gemakkelijker. Met enkele drukken op de knoppen, geraak ik van stilstand naar een rotvaart. Omgekeerd is iets hobbeliger. Ik heb meer met snelheid dan met vertraging, maar beiden zijn nodig. Ik weet het wel maar handelen is nog iets anders. Twee dagen per week werk ik thuis. Dan vertrek ik voor dag en dauw naar het hoogste punt van ons huis en verdwijn ik in mijn cockpit. Van zodra ik aan mijn ergonomisch verantwoord werkstation plaats neem en mijn hoofdtelefoon opzet, voer ik de snelheid op en stijg ik op. Tijdens online vergaderen hou ik nauwlettend alle vakken en gezichten in het oog alsof het instrumenten zijn. Ik ben zo gefocust dat huisgenoten lang mogen wachten voor ik doorheb dat ze me staan aan te gapen. Een tijdje geleden hebben ze de elektriciteit kort afgezet als signaal om te landen. Drie keer per week ga ik naar kantoor en daar werken we hybride; fysiek én digitaal dus. Wie me wil spreken terwijl ik via schermen communiceer, wordt vakkundig afgewimpeld. Er is geen automatische piloot. Ik deel mezelf in stukken. Eén oor in de vergadering, een ander oog op mijn mails en daarnaast trillen en piepen nog andere toestellen. Terug op de grond kan en moet ik weer ademhalen. Ik hou van een snelle wereld en veel ballen in de lucht. Een strakke timing is handig maar kunnen landen, stilvallen en bijtanken ook. Waar we vroeger in een vergadering al eens achterover gingen hangen of koffie gingen halen, let ik nu op de volgorde van opgestoken handjes. Er vallen geen stiltes meer. Alsof een denkbeeldige zweep ons voortstuwt. Hold your horses, schreeuwt het in mij. De handjes blijven komen. Ze zijn niet te stoppen. Kan het nog meer, sneller en overdreven? Adrenaline is er genoeg. Ik moet ook op adem komen en vaart minderen. Ik verdien een brevet omdat ik besliste dit weekend aan de grond te blijven. Morgen komt een topteam noodgedwongen nog eens fysiek samen. De coronastorm is nog niet gaan liggen en we blijven in zwaar weer. In mijn hoofd neem ik morgen geen vliegtuig maar een luchtballon. Eens kijken van waar de wind komt, alles laten waaien en ons mee laten voeren met die wind. Ik ben benieuwd wat we daaruit kunnen leren.

Nieuwjaar

‘Wat zijn jouw plannen voor het nieuwe jaar’. Monique vraagt het jaarlijks. ‘Welke marathon ga je nu lopen?’ voegde ze eraan toe. Geen. Nee. Slik. Ik heb sinds 9 augustus niet meer gelopen. Het inschrijvingsgeld voor de marathon van Parijs is net terug gestort. Die wedstrijd was door de coronapandemie al drie keer uitgesteld. Ik weet niet of het mij ooit nog zal lukken. Het is vijf maanden geleden dat ik nog heb gelopen. Mijn knieën zien het niet meer zitten en dat doet zo een pijn. Elke jogger confronteert me met mijn handicap en verdriet.

Het kan erger maar niet kunnen wat je liefst doet, is behoorlijk lastig. Mijn knieën zijn uitgeput, beschadigd, versleten, defect, kapot of total loss door artrose. Dat is een degeneratieve aandoening van de gewrichten. Die slijtage vermindert de kwaliteit chronisch. Had ik dit kunnen vermijden? Het zal er geen goed aan hebben gedaan tijdens volleybaltrainingen met iemand van mijn eigen gewicht door de duinen te hollen of met zware gewichten aan op een stoel te springen. Met de jaren ben ik verstandiger gaan kiezen voor lopen, fietsen en zwemmen maar dat is geen garantie op levenslang. Had ik mijn knieën maar wat meer gewaardeerd voor alle kilometers die we samen hebben afgemaald. Ik begrijp nu pas waarom je beter niet dagelijks of veel loopt maar het was ook mijn therapie.   

Als ik zie welke vorderingen iemand maakt die 5 maanden tekent, kan mijn traject alleen een gigantische achteruitgang zijn. Na een trektocht wilde ik in de boekhandel een boek onderaan uit het rek nemen en geraakte ik niet meer recht. Dokter, kinesist en specialist waren unaniem. Het komt weer goed. ‘Als je goed luistert, ga je weer kunnen lopen’. Ik heb nog nooit zo goed geluisterd. Ik rust, doe flink oefeningen, fietst en roei binnenshuis. De pijn verschuift naar nek en schouder. Mijn machinerie raakt niet gesmeerd. Verspert het lijf. Verstopt de geest. Ik mis mijn uitlaatklep en stond al op het punt gigantisch depressief te worden. De MRI verklapt een kraakbeendefect. Eentje waarvan de orthopedisch chirurg niet weet waar precies te schaven. Mijn trieste blik is de specialist opgevallen en wordt beantwoord met een spuit. Die smeert niet alleen mijn knie maar ook mijn gemoed. 

Ik blijf dromen van lopen, maar wat kapot is, kan je niet camoufleren. Als ik me haast voor een regenbui of om de straat over te steken, voel ik het meteen. ‘Hoe haal je het in je hoofd zover te wandelen’ was de reactie toen ik als een kreupele uit de auto stapte. Nog een pijnscheut. Al goed dat ik al veel mooie tochten heb gemaakt. Het komt erop aan nog trager op te bouwen en dus doe ik dat. Elke dag twee en halve minuut langer op de hometrainer.

Ik antwoord Monique dat ik inspiratie haal uit iemand die na een klimincident verlamd geraakte en verbazend veel vooruitgang boekt door de juiste spieren te oefenen. Mijn drie plannen zijn; elke dag oefenen om de benen te versterken, de band met de koersfiets aanhalen en crawl leren zwemmen. Ik zal blij zijn als ik in de toekomst wekelijks  één keer kan fietsen, zwemmen en lopen. Dat laatste niet te lang en op een Finse piste. En daar vrede mee hebben. Ik werk eraan. Traag. Met kleine stappen. Hopelijk een goed plan.  

Drie boeken

Ik vraag me af of er een grotere fan van de podcast Drie boeken rond loopt dan ik. Ik luister naar alle afleveringen en kijk uit naar de volgende dinsdag al mag het ook meermaals per week. Wim Oosterlinck moet mij aan het einde echt niet meer vragen reclame te maken bij twee mensen. Ik kan toch moeilijk maat houden en wil iedereen die ik tegen kom, warm maken.  

Niets inspireert meer dan horen wat anderen lezen en waarom of hoe ze hun boeken kiezen, bewaren en doorgeven. Goed voor de lokale boekhandel, iets minder voor mijn portemonnee maar een waardige vervanging voor leesclub Boekenklap. Die maandelijkse afspraak schrap ik met spijt uit mijn agenda. Het heeft te maken met besmettingsgevaar en coronamaatregelen maar laten we het daar vooral niet over hebben. Voordeel van dit nadeel is dat boeken nu officieel essentiële goederen zijn.

Ik hou van lijstjes vooral als anderen ze samenstellen, merk ik nu. Er zijn evenveel manieren om dat te doen als boeken. Of nee, dat is overdreven daarvoor zijn er echt te veel boeken. Het kan wel doordacht of impulsief. Van alles iets of met een treffende rode draad. Om te ontspannen of te verwerken. Echte klassiekers of het lichtere genre. Fictie of non-fictie. In het Nederlands of in de oorspronkelijke taal. Alles van een bepaalde schrijver of net niet. Het is bij iedereen anders en toch weer niet want er zijn ook boeken die vaak terug komen. Het achtste leven (van Brilka) van Nino Haratischwili, is al vaak genoemd. Een familie epos met geschiedenis van een land werkt altijd.

Voor de eerste verjaardag van Drie boeken verscheen op Instagram de vraag om zelf een foto te publiceren met de drie boeken die volgens jou iedereen moet gelezen hebben. Ha! Dat is een interessante vraag! Dat daar niet eerder op gekomen is. De doe-het-zelver krijgt meer respect voor de stielman als hij niet alleen moet kijken maar ook mag doen. Ik wilde zoals altijd snel zijn. What is the what van Dave Eggers. Een rauw boek over een vluchteling uit Soedan waarvan Barack Obama vindt dat elke scholier het moet lezen. Het beklijvende Een klein leven van Hanya Yanagihara over een getormenteerd man maar vooral over vriendschap en liefde. En dan nog iets over de natuur. De acht bergen van Paolo Cognetti. Voor ik het zelf doorhad, nam ik een foto en klikte ik op verzenden. Ik bleef nog even voor mijn boekenrek zitten en moest glimlachen bij Het moois dat we delen van Ish Ait Hamou. Voor boek drie waren misschien De wand van Marlen Haushofer of Wild van Cheryl Strayed nog beter. Rustige boeken die me doen vertragen en naar buiten jagen. Niet dat ik me er iets van moet aantrekken maar voor het programma is het ook leuk als er niet te veel van hetzelfde in zit. 

Ik hoor hoe lezers tips krijgen of hun boekenkast ordenen: alfabetisch, op land van herkomst van de auteur, op kleur of met een scheiding tussen wat gelezen en nog te lezen is. Het idee bij een boek een soundtrack te kiezen, blijft ook hangen. Waarom niet uitwisselen bij welk boek je moet gieren van het lachen? Lees eens Sprakeloos van Tom Lanoye als je stil in een vliegtuig moet zitten. Een boek dat je doet huilen? Komt een vrouw bij de dokter van Kluun. Als je de film huurt, krijg je er zakdoekjes bij. Mooiste liefdesverhaal? I.M van Connie Palmen. Meest inspirerend boek? Becoming van Michelle Obama. Beste biografie is een moeilijke vraag. Bruce Springsteen was niet slecht. Het gruwelijkste boek: De stilte van de vrouwen van Pat Barker. Welke auteurs lopen ook veel? Nicci French (ja allebei) en Haruki Murakami. Over boeken die me hyperactief doen kwispelen, begin ik best niet. Je wil toch nog tijd om boeken te lezen, niet? Volgens mij is er genoeg te vertellen voor nog heel veel verjaardagen. 

Elk boek is een opstap naar een ander. Met een  leesclub kruist je literair pad dat van andere lezers en ontdek je nog meer nieuwe dingen. Hopelijk geraken we snel door deze bizarre periode zodat we koffie kunnen drinken in Barboek en in de leesclub over boeken kunnen klappen. 

Voor ondertussen… Kennen jullie de podcast Drie boeken al? Je vindt alle informatie op http://www.wimoosterlinck.be onder het kopje Drie boeken. Je kan ook abonneren via Spotify of de Apple store. Niet twijfelen, gewoon doen!