Naar de wuppe

Ik doe graag streektalen na. Ik wil me daarvoor verontschuldigen bij mijn  Limburgse familie, Hollandse schoonzus, het Oost-Vlaamse deel van mijn schoonfamilie, Leuvense buren, Antwerpse collega’s, bazen uit de Kempen en West-Vlaanderen. Aan de tongval van mijn Brabantse bazin, waag ik me niet wegens te mooi om te verknoeien. De kopie is immers nooit zo goed als het origineel.

Gisterenavond ging ik naar een optreden vant Zesde metaal. Ik had toch al gezegd dat ik het niet kan laten. Hoewel ik het eigenlijk niet kan. Ik hoor Wannes Capelle graag bezig. Ik denk dat die man zelfs rust uitstraalt als hij mijn to do-lijst voorleest. Zeker weten. Hij is sappig zonder mollig of wollig te zijn. Heerlijk hoe hij het West-Vlaams trouw blijft en deelt met de wereld. “Tis allemaal naar de wuppe” is toch zoveel zachter dan “naar de klote”.

De teksten, als ik ze goed begrijp, zijn ook de moeite. Alles wat ik doe, ik doe het voor u. Achter zoveel jaar. Peis je nog aan mie. Ip Min Kniën. Onderbemand. Ze blijven hangen. Ik loop al de hele dag te zingen dat het allemaal naar de wuppe is terwijl tallemolle goeid komt. Dat hoop ik toch. Dat denk ik zeker.

Ik heb een doosje met het geluid van de zee. Gekregen van een zee-meisje. Het geluid zou me rustig moeten maken in gevallen van nood. Ik denk dat een nummer van Wannes meer effect heeft. “tkomt allemolle goeid”  is misschien een idee voor een volgend nummer.

lkl

Advertenties

Honing en azijn

De voorbije week werd ik in de auto om de oren geslagen met verkeersinfo en een zoektocht naar oplossingen voor de ellendige files in België. Met dank aan Radio 1. Er was zelfs een prijs voor de meest frustrerende file. Een belangrijk thema want elk uur sterft in ons land iemand door vuile lucht. Het ging over honing/- en azijnmaatregelen en de vraag wat je kan doen om te belonen en te straffen.

Ik had weer iets om over na te denken onderweg. Mobiliteit. De plooifiets die in mijn hoofd zat, heb ik er ondertussen uit gehaald want hij was te zwaar. Sinds kort ben ik de trotse bezitter van een abonnement op de stadsfiets. Na een halfjaar op de wachtlijst als nummer dertienduizend en zoveel kan ik eindelijk rondfietsen in A. In de ideale wereld zou ik graag per fiets en trein huiswaarts keren. Naar het werk kan deze vroege vogel de file vermijden en naar de radio luisteren.

Na elke operapremière en recensie van Kurt Van Eeghem, wil ik de eerste afrit nemen om tickets te bestellen. Hij vertaalt de gezangen niet alleen van Italiaans naar Nederlands maar legt ook met handen en voeten uit waar het over gaat. Alsof hij zijn eigen familiegeschiedenis vertelt. Hij brengt het met passie en leuke en soms pikante details. Eindelijk heb ik nu een login en kon ik kaartjes bemachtigen.

Elk nadeel heeft een voordeel. Al die uren onderweg, leveren ook wel eens iets op. Het uitzicht op de kathedraal vanop mijn werkplek bijvoorbeeld. Of eten in het Frites Atelier van Sergio Herman, de eerste luxefrituur van de topchef in België. De frieten zijn er sexy en de saus hemels. Daarna een opera van Verdi, Simon Boccanegra. Al pikten we eerst nog de voorbeschouwing mee. Geen overbodige luxe, zelfs  niet met boventiteling. Het ging over liefde en politiek. Dat scheen in dertienhonderd en zoveel belangrijker dan verkeersperikelen.

Honing was er genoeg. Toen ik gisterenmiddag op de Meir zoet een winkel buiten kwam, trapte ik recht in een hondentrol. Dat probleem los je blijkbaar toch niet op met GAS-boetes. Maar goed, ik wil geen azijnpisser zijn. De balans is positief.

Ziek mogen zijn

Het is me dit jaar (we zijn 40 dagen ver!) al twee keer overkomen. Ziek zijn. Straffer nog. Ik ben zo het nieuwe jaar begonnen. Op oudejaarsavond hoorde ik in bed te liggen maar bleef ik hoestend en snotterend rondlopen om luchtkussen te geven in de overtuiging anderen niet aan te steken. Een gezond en gelukkig 2017. Smak smak smak.

Bij het begin van de volgende maand deed ik het nog eens over. Nog beter deze keer. Al kies je dat natuurlijk niet. Het overkomt je. Overdondert je ook. Platte batterij. Slappe vod. Alsof je net niet dood gaat. Zo zielig. Het enige waar ik in geslaagd ben, is geen alcohol te drinken waardoor die Tournee Minérale al voor één derde is gelukt. Ik heb in die periode trouwens ook geen chocolade aangeraakt. Is dat een uitdaging die nog moet komen? Misschien na de Dagen zonder vlees van volgende maand?

Ik heb mijn deel “ziek zijn” voor dit jaar wel gehad. Het kan nu alleen maar beter. Ik ben gestart met een stevige vitaminekuur. Een inenting tegen griep behoorde ook tot de mogelijkheden maar daarvoor moet ik wachten tot de zomer weeral voorbij is en die mag volgend jaar heel lang duren.

Ik moet er wel bij vertellen dat ik het geluk heb, ziek te mogen zijn. Eerst spartel ik natuurlijk tegen. Ik strijd graag met mezelf. Eens ik me heb overgegeven (excuus) neemt manlief zonder aanmoediging de touwtjes nog meer in handen. Kinderen zijn op hun best als mama’s ziek zijn. Op het werk mag ik ook ziek zijn. Bij het eerste ziektebriefje volgt een “Laat je goed verzorgen” en “Ziek maar goed uit”. Bij het tweede briefje antwoorden ze “Kom ons vooral niet aansteken” en vermelden ze dat ik zeker mijn mails niet moet beantwoorden. Jammer voor al die steunbetuigingen die je zo pas leest nadat je ze wel nodig hebt.

En eigenlijk hebben ze gelijk want door te gaan werken;

  • Maak je het erger
  • Steek je anderen aan
  • Ben je minder geconcentreerd
  • Maak je fouten
  • Duurt het langer vooraleer je hersteld bent.

Het is helemaal geweldig als collega’s en leidinggevenden bij werkhervatting;

  • Informeren hoe het gaat
  • Tijd geven om er terug in te komen
  • Ruimte geven om de agenda en e-mails bij te werken
  • De meest dringende zaken al hebben overgenomen of opgelost.

Ik heb het geluk goed omringd te zijn en ziek te mogen zijn. Dat lijkt me goed voor een gezond en gelukkig jaar, meer weerstand en veel werkgoesting.