Kiezen

Het is wennen, om na bijna zes weken weg zijn, weer gewoon te worden aan het normale leven. Hoeveel je ook wil en mag, er moet ook weer veel. Willen en mogen gaan vanzelf. Moeten is lastiger. Ik wil eigenlijk vooral thuis zijn. Inhalen wat ik gemist heb en bij mijn nest zijn. Ik kom alleen buiten als het niet anders kan of voor sport en cultuur.

Ik was zoals elk jaar ingeschreven om vandaag de Twintig kilometer van Brussel te lopen. Nadat ik alleen naar Compostela stapte, zag ik een deelname tussen veertig duizend deelnemers bij tropische temperaturen niet meer zitten. Gisteren ging het lopen zo goed dat ik vandaag zeker twintig kilometer wilde lopen. Gelukkig bedacht ik dat ik hem vroeg in ochtend in eigen streek ook kon lopen. Hier zijn ook pittige klimmen (Meesberg, Chartreuzeberg en Heideberg) en kasseien. Het tromgeroffel en geknal in het Jubelpark werd vervangen door het klank/-en lichtspel van een plaatselijk onweer. Terwijl de lopers vak per vak uit de startblokken werden gelaten, zat ik al heerlijk te genieten van een uitgebreid ontbijt in de tuin. Ik ben onderweg geen mens tegengekomen, liep mijn eigen tempo en kon zelfs stoppen om foto’s te nemen.

IMG_20170528_094113

Dat moest met optredens ook kunnen. Huiskamerconcerten ja. Maar verder ben ik Sigrid Spruyt niet. Gisterenavond trok ik met mijn meisjes weer richting Het Depot voor 40 jaar meisjes van Raymond van het Groenewoud. Het was puffen zoals de week voordien met Hooverphonic maar wel goed en de frisse fietstocht naar huis maakt veel goed.

IMG_20170527_234954_412

IMG_20170517_220218

Wie vrij kan kiezen, kiest altijd voor vrijheid. Kiezen is niet verliezen als je er uit haalt wat er inzit.

Advertenties

Het is goed geweest

“Love your haircut”, schreef een man zonder haar in een reactie op mijn vorig stukje. Kijk, die humor apprecieer ik erg. Ik kan daar echt van genieten. 

Na veertig dagen op de Camino, begin ik een aantal dingen hartsgrondig beu te worden. Alles went maar comfort toch net iets sneller. Het feit dat ze hier de vensters potdicht houden in de nacht, waardoor ik geen zuurstof krijg, bijvoorbeeld. Ik wist ook helemaal niet dat mensen zoveel kabaal konden maken terwijl ze met gesloten ogen languit liggen te niksen. Ik vraag me zelfs af of ik nog ooit zal kunnen slapen zonder snurkconcert. De slaapzak, die elke nacht als een dwangbuis rond me zit, kan ik ook missen. Een enorm contrast is dat met het gevoel van vrijheid tijdens het stappen. Schoeisel. Nog zoiets. Wandelbottines of slippers. Niets ertussen want daarvoor is geen plaats in de rugzak. Overal waar je komt, vind je collega’s door naar beneden te kijken. Je kan niet geloven hoe ik ernaar uit kijk andere kleren en schoenen aan te trekken. Als ik nu maar geen blaren krijg. Ik heb mijn terugvlucht vervroegd maar zal pas landen als ik ook eerder naar de kapper kan. Het wordt tijd. Die kale man heeft dat goed gezien.  

Ik heb het ook gehad met het pelgrimsmenu. Gelukkig heb ik elke dag veel gewandeld anders kon je me nu rollen. Het is goed geweest. Tijd om naar huis te gaan. Ik heb genoeg foto’s om alles nog eens te herbeleven en geluidsopnames voor als ik te snel aan een volgend gelijkaardig avontuur begin te denken. 

 

 

De man en de krant

De laatste zondag van mijn Camino. Ik ontbijt met twee Nederlanders en vier Duitsers. Daarnaast ontmoet ik een Belg uit Diest. We beginnen honderduit te vertellen. Ik merk amper dat mijn tafelgasten één voor één vertrekken. Ik zie een man met een heuptasje van Het Belang van Limburg aan de toog maar heb geen tijd om er meer aandacht aan te schenken. Iets vóór negen uur vraagt de landgenoot ongelovig of ik vandaag nog naar Muxia wandel. Ik neem snel afscheid en vertrek. 

In Belgisch Limburg lezen ze maar één krant en dat is Het Belang van Limburg. Als kind ben ik ermee opgegroeid. Nu maken manlief en ik regelmatig mee dat we niet “mee” zijn op familiefeestjes omdat we een andere krant lezen. “Heb jij dat niet gelezen?” klinkt het dan; “Het stond toch in de krant”. Niet de fabeltjeskrant maar het Belang van Limburg dus. In deze provincie kies je niet voor een krant omwille van politieke kleur of strekking en ook niet voor de sport of het streeknieuws. Je leest het dagblad omdat iedereen het leest. Alles en iedereen komt er wel eens in. Wat in Het Belang staat, is waar. Je bent pas dood als het in die gazet heeft gestaan. Niets zo verbindend voor een gemeenschap als eenzelfde krant lezen. 

Het is dertig kilometer stappen van Finisterra naar Muxia. Onderweg is er nergens een bar en dus blijf ik maar doorgaan. Wanneer ik in mijn reisgids kijk en mompel over een interessante plek die ik niet zie, stopt de man met het heuptasje. Hij vraagt of alles in orde is. “Oh yes”, zeg ik en ga verder in het Nederlands; “Ik denk dat jij een Belg bent”. Hij trekt grote ogen en vraagt hoe ik dat weet. “Alleen Limburgers lezen het Belang van Limburg”, weet ik. Hij is dertig dagen onderweg op de Camino del Norte en ik ben de eerste Belg die hij tegenkomt. We beginnen te praten en vooraleer we het goed beseffen zijn we in Muxia en drinken we samen bier. De Man is zijn naam. Dat kan Raymond van het groenewoud alleen maar zingen.

Dankjewel aan Het Belang van Limburg dat ik De Man leerde kennen. Komen wij nu in de krant?

Maffende honden bijten niet

Op Oudejaar sprak ik met de zus van Arnaut Houben. Hij maakte enkele jaren geleden een televisieserie over zijn tocht (vanuit België!) naar Santiago de Compostela. Het meest schrik had hij voor de honden op de Camino. Hadewijch wenste me een veilige reis en beklemtoonde vooral uit te kijken voor blaffende viervoeters.  

Iedereen die graag loopt, fietst of wandelt, komt weleens een vervelende hond tegen en is op zijn hoede, ik dus ook. Ik was de dieren beginnen tellen maar ben daar na drie dagen mee gestopt. Er zijn hier meer honden dan mensen.

De meeste beesten vallen echt wel mee. Vaak zijn ze zelf ook gewoon om te stappen of gewend aan wandelaars. Er zijn er die je amper hoort of ziet. Er zijn er ook die je de stuipen op het lijf jagen. Schrik is nooit een goede raadgever. Mijn angstzweet zullen ze niet ruiken. Met de blik op oneindig, baan ik me een weg naast het gegrom. Blijven ademen. Handen omhoog en onder je armen. Geen oogcontact maken. Wachten tot het gevaar is geweken. 

Het moet ook gezegd. Tijdens één van de vele koeienwandelingen, heeft een hond mijn leven gered. Eén tegendraads koebeest stormde met haar volle gewicht op me af. Gelukkig kwam de bewaking tussenbeide en liet haar snel weer in de pas lopen. 

 

IMG_20170426_135953_01_01_01

Ik ben er niet zo zeker van dat blaffende honden niet bijten. Ik zie ze alleszins liever slapen. Ik kan uiteraard niet de hele afstand op de tippen van mijn tenen lopen maar als ik voorbij een ronkend exemplaar kom, doe ik er alles aan om dat zo te houden. Van één ding ben ik zeker. Maffende honden bijten niet. 

IMG_20170429_085053_01_01