Vertragen

‘Alleen in de vertraging kan je leren’, glimlachte Elly. Die had ik nog gehoord en mezelf kennende ook opgeslagen. Ik bewaar mooie screenshots voor mindere momenten. Zoals zij de zin uitsprak, bleef de boodschap beter hangen. Het moet te maken hebben met dat ze zegt wat ze doet en doet wat ze zegt. We zijn een half jaar verder en ik denk nog regelmatig aan haar wijze raad.

Het is wel zoeken naar vertraging, moet ik toegeven. Die ligt toch niet echt voor het rapen op dit moment als je het mij vraagt. Versnellen lijkt, nee, is gemakkelijker. Met enkele drukken op de knoppen, geraak ik van stilstand naar een rotvaart. Omgekeerd is iets hobbeliger. Ik heb meer met snelheid dan met vertraging, maar beiden zijn nodig. Ik weet het wel maar handelen is nog iets anders.

Twee dagen per week werk ik thuis. Dan vertrek ik voor dag en dauw naar het hoogste punt van ons huis en verdwijn ik in mijn cockpit. Van zodra ik aan mijn ergonomisch verantwoord werkstation plaats neem en mijn hoofdtelefoon opzet, voer ik de snelheid op en stijg ik op. Tijdens online vergaderen hou ik nauwlettend alle vakken en gezichten in het oog alsof het instrumenten zijn. Ik ben zo gefocust dat huisgenoten lang mogen wachten voor ik doorheb dat ze me staan aan te gapen. Een tijdje geleden hebben ze de elektriciteit kort afgezet als signaal om te landen. Drie keer per week ga ik naar kantoor en daar werken we hybride; fysiek én digitaal dus. Wie me wil spreken terwijl ik via schermen communiceer, wordt vakkundig afgewimpeld. Er is geen automatische piloot. Ik deel mezelf in stukken. Eén oor in de vergadering, een ander oog op mijn mails en daarnaast trillen en piepen nog andere toestellen. Terug op de grond kan en moet ik weer ademhalen. Ik hou van een snelle wereld en veel ballen in de lucht. Een strakke timing is handig maar kunnen landen, stilvallen en bijtanken ook.

Waar we vroeger in een vergadering al eens achterover gingen hangen of koffie gingen halen, let ik nu op de volgorde van opgestoken handjes. Er vallen geen stiltes meer. Alsof een denkbeeldige zweep ons voortstuwt. Hold your horses, schreeuwt het in mij. De handjes blijven komen. Ze zijn niet te stoppen. Kan het nog meer, sneller en overdreven? Adrenaline is er genoeg. Ik moet ook op adem komen en vaart minderen.   

Ik verdien een brevet omdat ik besliste dit weekend aan de grond te blijven. Morgen komt een topteam noodgedwongen nog eens fysiek samen. De coronastorm is nog niet gaan liggen en we blijven in zwaar weer. In mijn hoofd neem ik morgen geen vliegtuig maar een luchtballon. Eens kijken van waar de wind komt, alles laten waaien en ons mee laten voeren met die wind. Ik ben benieuwd wat we daaruit kunnen leren.

Plannen

‘Wat zijn jouw plannen voor het nieuwe jaar’. Monique vraagt het elk jaar. ‘Welke marathon ga je nu lopen?’ voegde ze eraan toe. Geen. Nee. Slik. Ik heb sinds 9 augustus niet meer gelopen. Het inschrijvingsgeld voor de marathon van Parijs is terug gestort. Die wedstrijd was door de coronapandemie al drie keer uitgesteld. Ik weet niet of het mij ooit nog zal lukken. Het is vijf maanden geleden dat ik nog heb gelopen. Mijn knieën zien het niet meer zitten en dat doet zo een pijn. Elke jogger confronteert me met mijn handicap en verdriet.

Het kan erger maar niet kunnen wat je liefst doet, is behoorlijk lastig. Mijn knieën zijn uitgeput, beschadigd, versleten, defect, kapot of total loss door artrose. Dat is een degeneratieve aandoening van de gewrichten. Die slijtage vermindert de kwaliteit chronisch. Had ik dit kunnen vermijden? Het zal er geen goed aan hebben gedaan tijdens volleybaltrainingen met iemand van mijn eigen gewicht door de duinen te hollen of met zware gewichten aan op een stoel te springen. Met de jaren ben ik verstandiger gaan kiezen voor lopen, fietsen en zwemmen maar dat is geen garantie op levenslang. Had ik mijn knieën maar wat meer gewaardeerd voor alle kilometers die we samen hebben afgemaald. Ik begrijp nu pas waarom je beter niet dagelijks of veel loopt maar het was ook mijn therapie.   

Als ik zie welke vorderingen iemand maakt die 5 maanden tekent, kan mijn traject alleen een gigantische achteruitgang zijn. Na een trektocht wilde ik in de boekhandel een boek onderaan uit het rek nemen en geraakte ik niet meer recht. Dokter, kinesist en specialist waren unaniem. Het komt weer goed. ‘Als je goed luistert, ga je weer kunnen lopen’. Ik heb nog nooit zo goed geluisterd. Ik rust, doe flink oefeningen, fietst en roei binnenshuis. De pijn verschuift naar nek en schouder. Mijn machinerie raakt niet gesmeerd. Verspert het lijf. Verstopt de geest. Ik mis mijn uitlaatklep en stond al op het punt gigantisch depressief te worden. De MRI verklapte een kraakbeendefect. Eentje waarvan de orthopedisch chirurg niet weet waar precies te schaven. Mijn trieste blik is de specialist opgevallen en werd beantwoord met een spuit. Die smeerde niet alleen mijn knie maar ook mijn gemoed. 

Ik blijf dromen van lopen, maar wat kapot is, kan je niet camoufleren. Als ik me haast voor een regenbui of om de straat over te steken, voel ik het meteen. ‘Hoe haal je het in je hoofd zover te wandelen’ was de reactie toen ik als een kreupele uit de auto stapte. Nog een pijnscheut. Al goed dat ik al veel mooie tochten heb gemaakt. Het komt erop aan nog trager op te bouwen en dus doe ik dat. Elke dag twee en halve minuut langer op de hometrainer.

Ik antwoord Monique dat ik inspiratie haal uit iemand die na een klimincident verlamd geraakte en verbazend veel vooruitgang boekt door de juiste spieren te oefenen. Mijn drie plannen zijn; elke dag oefenen om de benen te versterken, de band met de koersfiets aanhalen en crawl leren zwemmen. Ik zal blij zijn als ik in de toekomst wekelijks  één keer kan fietsen, zwemmen en lopen. Dat laatste niet te lang en op een Finse piste. En daar vrede mee hebben. Ik werk eraan. Traag. Met kleine stappen. Hopelijk een goed plan.