Jodoigne

Jarenlang stapte ik uit bed en in mijn loopkleren. Nu dat niet kan, zoek ik wat wel kan. Nog eens omdraaien, wandelen, hometrainer, … Het is niet hetzelfde. Fietsen dan. Het vraagt meer voorbereiding. De fiets moet in orde zijn, de kledij afgestemd op het weer, de rugzak gevuld met reservemateriaal en extra energie en dan moet je nog een route verzinnen. Mijn god, wat een hobby. Kom op! Aanspreken, doorspreken en afspreken maar dan welja, met mezelf. Ik weet dat het me goed zal doen. Ik kies voor knooppunten richting Jodoigne en begin alvast Tiens te praten. Ich gon met de vló noa de met. Zaait da nog ne kieje. Ik kan het niet laten om dat dialect na te bootsen. Als ik in de buurt van Tienen kom, denk ik aan mijn tijd als vakbondssecretaris. Wanneer ik met vakbondsafgevaardigden van de Tiensesuikerfabriek samenkwam, vroegen ze mij iedere keer te raden hoeveel percent suiker in de bieten zat. Ik gokte met de hulp van mijn notities en iedere keer weer werd er monkelend naar elkaar gelachen. De samenzweerders. Nije. Zaait nog es iet. Hoger. Hoger. Alsof ze door lang tegen de bieten de praten zelf voor meer zoetigheid hadden gezorgd. Heerlijk die beroepsfierheid. Of Jenny van de visafdeling van de Carrefour van Tienen. Zij kon de grootste onrechtvaardigheid aanklagen. Ik hoorde alleen haar sappige taal. Ik passeer de Brouwerij van Hoegaarden die we dankzij syndicale strijd konden open houden.Wat een geweldige streek om door te fietsen. Vergezichten, weilanden, niet altijd verharde wegen en prachtige vierkantshoeves. Ich vîng het goed ménneman.  
Sint Jacob wist waarom hij langs hier naar compostela liep. Als ik op de Grote markt van Geldenaken kom, schakel ik over naar Frans. La grande place klinkt beter dan de met. Bij aankomst thuis zen ich poemp af. Ik heb dan ook twee talen geoefend onderweg en nee opgeven staat niet in mijne wowëdeboek. 

Paaspauze

Twee keer knipperde ik met mijn ogen. Twee keer. Eén. Twee. En het was gedaan. Over en voorbij. 5 dagen. 4 nachten. In fast forward. Een minibubbel van twee in quarantaine. Alleen met knuffelcontact eigenlijk. Wachten op een vaccin doe je in stijl. Glooiende Vlaamse Ardennen. Een genoveerde koeienstal. Snelle fietsen. Goede stapschoenen. Een paar mooie boeken. En verder Netflix, Spotify en Bialetti. Of in omgekeerde volgorde. Eerst koffie. Dan muziek. En afsluiten met een film. Meer moet het echt niet zijn. Het avontuur begint waar je het niet voorziet en met vier seizoenen op een dag. Ja, soms sneeuwt het in april. Fietsknooppunten en wandelwegen zover als je kan gaan. Play. Geen tijd om jammer te vinden dat de fietsschoenen per ongeluk thuis bleven en de koersfietsen op de trekhaak. Zelfs niet terug gespoeld om ze thuis terug op te halen. Niet nodig want liever lang dan kort. Wandelen als topontspanner. Absolute aanrader is de dwaallicht wandelroute in Brakel en Maarkedal. Het wandelpad in  Sint-Lievenshoutem mag er ook zijn. De Sint-Lievenswandeling in Sint-Lievens-Esse komt voorbij een Leonidaspralinenwinkel wat ik nog nooit had meegemaakt want behalve een kerk en een frietkot is er niets. De molenroute in Oosterzele hebben we niet echt gevonden al was de start en aankomst bij stokerij Van Damme best lekker. Herzele mag de aangekondigde wandelingen ook iets meer verzorgen. De volgende keer vertrekken we thuis mét de fiets dan kunnen we die klikschoentjes niet meer vergeten. Als we vertrek en aankomst langer rekken is het misschien minder vlug voorbij. Als de tijd zonder vakantie niet snel genoeg voorbij gaat, knipper ik nog eens met mijn ogen. Rewind. En rewind. Dan speel ik dit nummer nog eens af. Zoveel als ik wil. Hopelijk overvalt me dan telkens weer hetzelfde gelukzalige ontspannen gevoel.

Meer reizen

De trein is altijd een beetje reizen. Tijdens een pandemie doe je alles met afstand. Ook vervoeren. Je gebruikt de Hello Belgium Railpass wanneer je genoeg hebt van een leven zonder feestjes en franjes en cultuur essentieel wordt. Toen ik dit weekend de trein nam voor een citytrip, merkte ik pas hoelang het geleden was dat ik me nog per trein had verplaatst. De oude klederdracht van het spoorwegpersoneel stond nog in mijn hoofd geprogrammeerd en moest nog gereset. Ik heb al mijn hele leven een zwak voor kostuums. Toen we nog mochten vliegen (ik heb geen geliefde of familie in het buitenland) en we na een stapvakantie in een vliegtuig stapten, was ik altijd gecharmeerd  door een steward en stewardess strak in het pak. Stijf in den eik, zeggen ze in Antwerpen. Geef toe. Iedereen ziet er beter uit in een mooi kostuum. Op begrafenissen merk je dat. Of op trouwfeesten. Het is het enige moment dat mijn echtgenoot een pak draagt. Ik kan dan mijn ogen niet van hem afhouden. In bedrijven met arbeidskledij weet ik dat het voor eeuwige discussies zorgt. Of vrouwen een rok, broekrok of broek mogen is nog zoiets. Allemaal hetzelfde of toch een beetje verschil. De kleuren van het bedrijf. Geen wonder dat de Belgische spoorwegen lange tijd geen personeel vonden. Wie draagt er nu graag grijs met oranje? Die verdienen een extra premie. Gisteren stapten wij op de trein en dacht ik heel even dat me van vervoermiddel had vergist. Ik was hun blauwe uniform duidelijk nog niet gewoon. Professioneel, praktisch en tijdloos. Ze hebben zelfs een bijpassend mondmasker en vrouwen kunnen een kleedje kiezen. De conducteur was steward geworden en oogde euh…knap. Ik draaide me om en keek nog eens goed. Fluisterde dat die nieuwe uniformen beter waren waarop de geüniformeerde fier ‘veel beter’ riep. ‘En veel betere kwaliteit’. Duidelijk goed voor het werkplezier. De trein is nog meer reizen. 

Vertragen

‘Alleen in de vertraging kan je leren’, glimlachte Elly. Die had ik nog gehoord en mezelf kennende ook opgeslagen. Ik bewaar mooie screenshots voor mindere momenten. Zoals zij de zin uitsprak, bleef de boodschap beter hangen. Het moet te maken hebben met dat ze zegt wat ze doet en doet wat ze zegt. We zijn een half jaar verder en ik denk nog regelmatig aan haar wijze raad.

Het is wel zoeken naar vertraging, moet ik toegeven. Die ligt toch niet echt voor het rapen op dit moment als je het mij vraagt. Versnellen lijkt, nee, is gemakkelijker. Met enkele drukken op de knoppen, geraak ik van stilstand naar een rotvaart. Omgekeerd is iets hobbeliger. Ik heb meer met snelheid dan met vertraging, maar beiden zijn nodig. Ik weet het wel maar handelen is nog iets anders.

Twee dagen per week werk ik thuis. Dan vertrek ik voor dag en dauw naar het hoogste punt van ons huis en verdwijn ik in mijn cockpit. Van zodra ik aan mijn ergonomisch verantwoord werkstation plaats neem en mijn hoofdtelefoon opzet, voer ik de snelheid op en stijg ik op. Tijdens online vergaderen hou ik nauwlettend alle vakken en gezichten in het oog alsof het instrumenten zijn. Ik ben zo gefocust dat huisgenoten lang mogen wachten voor ik doorheb dat ze me staan aan te gapen. Een tijdje geleden hebben ze de elektriciteit kort afgezet als signaal om te landen. Drie keer per week ga ik naar kantoor en daar werken we hybride; fysiek én digitaal dus. Wie me wil spreken terwijl ik via schermen communiceer, wordt vakkundig afgewimpeld. Er is geen automatische piloot. Ik deel mezelf in stukken. Eén oor in de vergadering, een ander oog op mijn mails en daarnaast trillen en piepen nog andere toestellen. Terug op de grond kan en moet ik weer ademhalen. Ik hou van een snelle wereld en veel ballen in de lucht. Een strakke timing is handig maar kunnen landen, stilvallen en bijtanken ook.

Waar we vroeger in een vergadering al eens achterover gingen hangen of koffie gingen halen, let ik nu op de volgorde van opgestoken handjes. Er vallen geen stiltes meer. Alsof een denkbeeldige zweep ons voortstuwt. Hold your horses, schreeuwt het in mij. De handjes blijven komen. Ze zijn niet te stoppen. Kan het nog meer, sneller en overdreven? Adrenaline is er genoeg. Ik moet ook op adem komen en vaart minderen.   

Ik verdien een brevet omdat ik besliste dit weekend aan de grond te blijven. Morgen komt een topteam noodgedwongen nog eens fysiek samen. De coronastorm is nog niet gaan liggen en we blijven in zwaar weer. In mijn hoofd neem ik morgen geen vliegtuig maar een luchtballon. Eens kijken van waar de wind komt, alles laten waaien en ons mee laten voeren met die wind. Ik ben benieuwd wat we daaruit kunnen leren.

Plannen

‘Wat zijn jouw plannen voor het nieuwe jaar’. Monique vraagt het elk jaar. ‘Welke marathon ga je nu lopen?’ voegde ze eraan toe. Geen. Nee. Slik. Ik heb sinds 9 augustus niet meer gelopen. Het inschrijvingsgeld voor de marathon van Parijs is terug gestort. Die wedstrijd was door de coronapandemie al drie keer uitgesteld. Ik weet niet of het mij ooit nog zal lukken. Het is vijf maanden geleden dat ik nog heb gelopen. Mijn knieën zien het niet meer zitten en dat doet zo een pijn. Elke jogger confronteert me met mijn handicap en verdriet.

Het kan erger maar niet kunnen wat je liefst doet, is behoorlijk lastig. Mijn knieën zijn uitgeput, beschadigd, versleten, defect, kapot of total loss door artrose. Dat is een degeneratieve aandoening van de gewrichten. Die slijtage vermindert de kwaliteit chronisch. Had ik dit kunnen vermijden? Het zal er geen goed aan hebben gedaan tijdens volleybaltrainingen met iemand van mijn eigen gewicht door de duinen te hollen of met zware gewichten aan op een stoel te springen. Met de jaren ben ik verstandiger gaan kiezen voor lopen, fietsen en zwemmen maar dat is geen garantie op levenslang. Had ik mijn knieën maar wat meer gewaardeerd voor alle kilometers die we samen hebben afgemaald. Ik begrijp nu pas waarom je beter niet dagelijks of veel loopt maar het was ook mijn therapie.   

Als ik zie welke vorderingen iemand maakt die 5 maanden tekent, kan mijn traject alleen een gigantische achteruitgang zijn. Na een trektocht wilde ik in de boekhandel een boek onderaan uit het rek nemen en geraakte ik niet meer recht. Dokter, kinesist en specialist waren unaniem. Het komt weer goed. ‘Als je goed luistert, ga je weer kunnen lopen’. Ik heb nog nooit zo goed geluisterd. Ik rust, doe flink oefeningen, fietst en roei binnenshuis. De pijn verschuift naar nek en schouder. Mijn machinerie raakt niet gesmeerd. Verspert het lijf. Verstopt de geest. Ik mis mijn uitlaatklep en stond al op het punt gigantisch depressief te worden. De MRI verklapte een kraakbeendefect. Eentje waarvan de orthopedisch chirurg niet weet waar precies te schaven. Mijn trieste blik is de specialist opgevallen en werd beantwoord met een spuit. Die smeerde niet alleen mijn knie maar ook mijn gemoed. 

Ik blijf dromen van lopen, maar wat kapot is, kan je niet camoufleren. Als ik me haast voor een regenbui of om de straat over te steken, voel ik het meteen. ‘Hoe haal je het in je hoofd zover te wandelen’ was de reactie toen ik als een kreupele uit de auto stapte. Nog een pijnscheut. Al goed dat ik al veel mooie tochten heb gemaakt. Het komt erop aan nog trager op te bouwen en dus doe ik dat. Elke dag twee en halve minuut langer op de hometrainer.

Ik antwoord Monique dat ik inspiratie haal uit iemand die na een klimincident verlamd geraakte en verbazend veel vooruitgang boekt door de juiste spieren te oefenen. Mijn drie plannen zijn; elke dag oefenen om de benen te versterken, de band met de koersfiets aanhalen en crawl leren zwemmen. Ik zal blij zijn als ik in de toekomst wekelijks  één keer kan fietsen, zwemmen en lopen. Dat laatste niet te lang en op een Finse piste. En daar vrede mee hebben. Ik werk eraan. Traag. Met kleine stappen. Hopelijk een goed plan.  

Drie boeken

Ik vraag me af of er een grotere fan van de podcast Drie boeken rond loopt dan ik. Ik luister naar alle afleveringen en kijk uit naar de volgende dinsdag al mag het ook meermaals per week. Wim Oosterlinck moet mij aan het einde echt niet meer vragen reclame te maken bij twee mensen. Ik kan toch moeilijk maat houden en wil iedereen die ik tegen kom, warm maken.  

Niets inspireert meer dan horen wat anderen lezen en waarom of hoe ze hun boeken kiezen, bewaren en doorgeven. Goed voor de lokale boekhandel, iets minder voor mijn portemonnee maar een waardige vervanging voor leesclub Boekenklap. Die maandelijkse afspraak schrap ik met spijt uit mijn agenda. Het heeft te maken met besmettingsgevaar en coronamaatregelen maar laten we het daar vooral niet over hebben. Voordeel van dit nadeel is dat boeken nu officieel essentiële goederen zijn.

Ik hou van lijstjes vooral als anderen ze samenstellen, merk ik nu. Er zijn evenveel manieren om dat te doen als boeken. Of nee, dat is overdreven daarvoor zijn er echt te veel boeken. Het kan wel doordacht of impulsief. Van alles iets of met een treffende rode draad. Om te ontspannen of te verwerken. Echte klassiekers of het lichtere genre. Fictie of non-fictie. In het Nederlands of in de oorspronkelijke taal. Alles van een bepaalde schrijver of net niet. Het is bij iedereen anders en toch weer niet want er zijn ook boeken die vaak terug komen. Het achtste leven (van Brilka) van Nino Haratischwili, is al vaak genoemd. Een familie epos met geschiedenis van een land werkt altijd.

Voor de eerste verjaardag van Drie boeken verscheen op Instagram de vraag om zelf een foto te publiceren met de drie boeken die volgens jou iedereen moet gelezen hebben. Ha! Dat is een interessante vraag! Dat daar niet eerder op gekomen is. De doe-het-zelver krijgt meer respect voor de stielman als hij niet alleen moet kijken maar ook mag doen. Ik wilde zoals altijd snel zijn. What is the what van Dave Eggers. Een rauw boek over een vluchteling uit Soedan waarvan Barack Obama vindt dat elke scholier het moet lezen. Het beklijvende Een klein leven van Hanya Yanagihara over een getormenteerd man maar vooral over vriendschap en liefde. En dan nog iets over de natuur. De acht bergen van Paolo Cognetti. Voor ik het zelf doorhad, nam ik een foto en klikte ik op verzenden. Ik bleef nog even voor mijn boekenrek zitten en moest glimlachen bij Het moois dat we delen van Ish Ait Hamou. Voor boek drie waren misschien De wand van Marlen Haushofer of Wild van Cheryl Strayed nog beter. Rustige boeken die me doen vertragen en naar buiten jagen. Niet dat ik me er iets van moet aantrekken maar voor het programma is het ook leuk als er niet te veel van hetzelfde in zit. 

Ik hoor hoe lezers tips krijgen of hun boekenkast ordenen: alfabetisch, op land van herkomst van de auteur, op kleur of met een scheiding tussen wat gelezen en nog te lezen is. Het idee bij een boek een soundtrack te kiezen, blijft ook hangen. Waarom niet uitwisselen bij welk boek je moet gieren van het lachen? Lees eens Sprakeloos van Tom Lanoye als je stil in een vliegtuig moet zitten. Een boek dat je doet huilen? Komt een vrouw bij de dokter van Kluun. Als je de film huurt, krijg je er zakdoekjes bij. Mooiste liefdesverhaal? I.M van Connie Palmen. Meest inspirerend boek? Becoming van Michelle Obama. Beste biografie is een moeilijke vraag. Bruce Springsteen was niet slecht. Het gruwelijkste boek: De stilte van de vrouwen van Pat Barker. Welke auteurs lopen ook veel? Nicci French (ja allebei) en Haruki Murakami. Over boeken die me hyperactief doen kwispelen, begin ik best niet. Je wil toch nog tijd om boeken te lezen, niet? Volgens mij is er genoeg te vertellen voor nog heel veel verjaardagen. 

Elk boek is een opstap naar een ander. Met een  leesclub kruist je literair pad dat van andere lezers en ontdek je nog meer nieuwe dingen. Hopelijk geraken we snel door deze bizarre periode zodat we koffie kunnen drinken in Barboek en in de leesclub over boeken kunnen klappen. 

Voor ondertussen… Kennen jullie de podcast Drie boeken al? Je vindt alle informatie op http://www.wimoosterlinck.be onder het kopje Drie boeken. Je kan ook abonneren via Spotify of de Apple store. Niet twijfelen, gewoon doen!  

Je vole

De dag dat een kind geboren wordt, weet je dat je moet beginnen loslaten. Eerst in de armen van bezoek, naar de crèche, bij een babysit, dan school en op kot. Tot daar wat ik al weet. Ik zal wel zien wat nog komt. Altijd langer en verder en wellicht gevaarlijker. Je kan jaren naar hun kamer lopen om over hun bolleke te wrijven. Als hun lief blijft slapen, doe je dat niet meer. Wanneer ze thuis komen terwijl ik me klaar maak om naar kantoor te gaan, vinden ze het ook niet zo leuk gezien te worden.

Gelukkig dat ze niet aan ons ouders blijven hangen en hun weg zoeken en vinden. Als je dat niet wil, neem je beter een hond. Maar toch, ik moet regelmatig denken aan dag één en het idee van loslaten. ‘Je vole’ van Louane Emera is tegenwoordig mijn mantra en loodst me door zenuwslopende momenten. Als ze in Thailand of Vietnam rond hangt, is een telefoontje niet altijd mogelijk. Er zijn apps om hun reizen te volgen maar dat is nog onrustwekkender dan niets horen. De coronamaatregelen zijn ook een flinke streep door de sweet sixteenrekening van de jongste maar uitstel is geen afstel. Het beste voor haar moet nog komen.

Het stopt wellicht nooit om je zorgen te maken en jezelf te blijven zien als de grote verantwoordelijke ouder. Mijn vader zegt nog altijd tegen zijn zoon van 43 dat hij wel even zal nemen waar hij niet aan kan terwijl de man twee koppen groter is. Achteraf is het allemaal best plezant en het levert boeiende verhalen voor later.

Zondag kreeg ik deze sms: ‘We found this phone by the lake in the water at place flagey. I tried to call but it seems that the microphone doesnt work.’ Avondklok. Lockdown. Hoe kan dit? Wat doet ze in Brussel? Ze zit op kot in Gent! Ik hou van een goede ‘Who did it’ maar zoek liever niet naar mijn eigen kinderen. Kon ik haar nu maar over haar bolleke wrijven. In plaats daarvan begin ik mensen te contacteren maar de angst om iets te missen is helemaal verdwenen als je iemand nodig hebt. Of toch niet. Gelukkig, iemand die reageert. Wis nooit de
mobiele nummers van scoutsleden ook al weet je niet meer precies wie achter de totem schuil gaat. Niets aan de hand. Ze heeft blijkbaar een nog niet bij haar ouders geregistreerd knuffelcontact in de hoofdstad. Oef. Het is maar dat. Mijn hartslag kan weer omlaag.

Wacht even. Ik hoor zoonlief met de auto thuis komen. Ik ga niet kijken. Hij heeft een rijbewijs en kan rijden. Ik doe mijn ogen dicht en zing ‘Je vole’.

Kleine en grote gelukskes

Wie laat er nu zijn kinderen alleen? Euh, twee derde is meerderjarig. Ze zijn goed opgevoed en heel zelfstandig.

Wie gaat er nu hiken als ze al een druk leven leiden? Euh, we zijn niet zo goed in stil zitten en hebben het daarom misschien juist nodig. 

Waar stappen jullie naartoe? Compostella? Euh, had gekund maar niet deze keer. De Mullerthal Trail in Luxemburgs Klein Zwitserland. In 2014 gecertificeerd met het label Leading Quality Trails – Best of Europe. 

Is het coronaproof? Euh, het kan niet beter. We komen geen kat tegen en zijn voortdurend in openlucht. Zelfs naar het toilet gaan, enfin ja, je weet wel. 

Waarom doe je dat? Wat wil je ermee bereiken? Euh, vrijheid, avontuur en ontelbare kleine gelukskes. In willekeurige volgorde? Perfect inpakken. Leven op je eigen ritme. Opstaan, eten en slapen wanneer je wilt. Een goedendag van een kruisende wandelaar. Een prachtig uitzicht. Mooie wolken. Een dorp met café dat open is nadat je er enkele hebt gepasseerd zonder. Kleurrijke bloemen. Vogels die zingen. Machtige rotspartijen. Appelcider of Berdorf kaas van de streek. Fladderende vlinders. Zonneschijn na regen. Een rustige slaapplek. De regen op je tent. Een picknickbank naast een natgeregende tent. Een gevriesdroogde maar goed gekruide maaltijd. Franbozen en bosbessen langs de weg. Een bankje. Manlief die onderweg koffie zet of tekent. Een fris biertje na een lange tocht, als de tent er staat en (ach waarom niet) bij het eten. Een Italiaanse cappuccino als je hem niet verwacht. Soep als het regent. Een goed boek. Een verkwikkende douche. Als een blok in slaap vallen. Gewekt worden door de vogels. Elkaar zo vaak als je wil, vertellen hoe geweldig het is. Zo kan ik nog uren doorgaan. 
Zin om er ook voor te gaan? Neem een rugzak, tent, matje, slaapzak en voldoende eten en je kan zo vertrekken. De route is prima aangegeven. 
Verwen je vooraf met een klassiek vijfgangenmenu in Hotel Kinnen in Berdorf. Je zal de hele weg denken aan de hemelse smaak van de champagnesorbet in zilveren kommetje. 

Etappe 1 Berdorf naar Born 28 KM Camping Salzwaasser

Etappe 2 Born naar Echternach 25 KM Camping Officiel

Etappe 3 Echternach naar Consdorf 23 KM Camping La Pinède

Etappe 4 Consdorf naar Larochette 28 KM Camping Auf Kengert.

Etappe 5 Larochette naar Consdorf  30 KM Camping La Pinède

Etappe 6 Consdorf naar Berdorf 18 KM of 150  KM in 6 dagen. 

Slaap nog een laatste keer tussen de koeien in B&B Roudenhaff en rijd voldaan naar huis. 
De kleine gelukskes moet je niet najagen maar dankbaar ontvangen. Thuis komen in een gepoetst huis en met hele gezin  prosecco drinken en sushi eten voor je huwelijksverjaardag, dat is misschien te danken aan die opvoeding. Met veel dank aan mijn grote gelukskes. 

Fwiet fwiet

Het is zoals met zwanger zijn of een nieuwe fiets of auto willen. Opeens zie je overal bolle buiken en kinderwagens of het model van je dromen. Zo ging het ook met vogels spotten. Al jaren zingt er een merel in onze tuin. Ik weet niet precies wanneer hij (alleen mannetjes zingen) eindelijk de aandacht kreeg die hij verdiende. Misschien sinds we zelf niet meer mogen vliegen en corona ons in ons kot en dichter bij huis hield. We letten meer op wat we horen en zien. Nadat Begijn le Bleu en Jan Rodts bij Friedl Lessage in Touché kwamen, is de interesse exponentieel toegenomen. We zien en horen overal vogels. We volgen de podcast Fwiet Fwiet en De slimste vogelgids ligt op onze salontafel. We hebben al heel wat vogels kunnen determineren en afvinken (die kon ik niet laten liggen). De kinderen stellen als maar meer vogelvragen aan mijn wederhelft die bezig is een echte vogelaar te worden. Wat hij niet weet, vraagt hij aan Begijn (vogelaars onder elkaar). Samen bekijken en becommentariëren we al wat pluimen heeft. Heerlijk om hun discussies te horen en in te vullen. Het leukst zijn de hele kolonies die ons voor gaan tijdens een wandeling om elkaar te verwittigen. We proberen ook elke vogel te fotograferen al gaat tekenen soms sneller. 
Toen onze oudste op gezinsvakantie ontdekte dat ze haar bachelor grafisch ontwerp met onderscheiding had behaald, opperde ze dat ze haar tekentalent van papa had. Ze daagde hem uit haar schetsboek te gebruiken en in geen tijd tekende hij een paar prachtige vogels. In de rugzak voor onze Mullerthal Trail was plaats voor een klein Moleskine schetsboekje. We staan regelmatig stil om te spotten. Elke dag tekent hij een tafereel alsof hij nooit anders heeft gedaan. Een jaloezie de métier krijg ik ervan en dus sorteer ik nog wat woorden. Elke vogel zingt zoals hij gebekt is. Fwiet fwiet.

Doorgaan met het lezen van “Fwiet fwiet”

Samson

Wat ben je met een blog over plannen maken, als dat even helemaal niet kan? Wie of wat kan ik dan uitdagen? Mezelf. Ja, dat is wel duidelijk! Normaal ga ik om de vijf weken naar de kapper. Als je nu goed naar me kijkt (stel gerust een vraag om te weten waar mijn voorkant zit), denk je onmiddellijk aan het 28e stripverhaal van Jommeke.

Alsof alle kracht in mijn haar zit, blijf ik ontzettend hard werken. Het lijkt wel of ik alle veranderingen waar we door heen moeten, graag voor het einde van de lockdown wil afgerond hebben. Wat word ik moe van mezelf. Als ik zo doorga, maak ik kans op een coronaburn-out. Ik bedenk net (ah, toch een plan!) dat ik beter nog projecten over laat voor volgende virale opflakkeringen waarbij afstand houden niet voldoende zal zijn en quarantaine nodig is. Ik hoor me nog uitbundig meezingen op het laatste liveoptreden dat ik voor lange tijd meemaakte. ‘Zeg alles af voor morgen’. Dat leek me toen een bijzonder aantrekkelijke gedachte. Het zal nog even het laatste optreden blijven maar niet getreurd, ik ben goed in mezelf in stilte bezighouden.

Zoals iedereen mis ik de leuke afleidingen die schoonheid en kleur geven aan ons leven. Al een geluk dat iedereen thuis is en gezond. Onze jongste had de wilde haren van haar broer bijgewerkt. Het was goed gelukt maar volgens haar ook maar een student en dus niet zo risicovol. Mijn coupe vond ze een stapje verder. Mama heeft een professionele look nodig om selectiegesprekken te doen en via een beeldscherm naar dressings en slaapkamers te kijken waarin kandidaat-werknemers zenuwachtig het beste van zichzelf geven. Hun nervositeit daalt wellicht wanneer ze de muts op mijn hoofd opmerken.

Minder uiterlijk vertoon brengt ons sneller bij de essentie en dat maakt werken nu nog plezanter. Je zet drie mensen samen; een technieker, een werkvereenvoudiger en een werkversneller en de boel gaat vooruit. Naarmate je vordert haal je er andere talenten bij die een verschil maken. Niet stilvallen. Verder doen. Ik prikkel graag en het is zó bevrijdend als aanzetten worden opgepikt en weer een duwtje geven aan een volgende stap.

Ik geniet van de kappersbeurt en voel me met elke knip frisser en fitter worden. Het resultaat is beter dan dat van Jommeke. Ik kan er weer volle goede moed tegenaan en dat was niet eens een plan.