Drie boeken

Ik vraag me af of er een grotere fan van de podcast Drie boeken rond loopt dan ik. Ik luister naar alle afleveringen en kijk uit naar de volgende dinsdag al mag het ook meermaals per week. Wim Oosterlinck moet mij aan het einde echt niet meer vragen reclame te maken bij twee mensen. Ik kan toch moeilijk maat houden en wil iedereen die ik tegen kom, warm maken.  

Niets inspireert meer dan horen wat anderen lezen en waarom of hoe ze hun boeken kiezen, bewaren en doorgeven. Goed voor de lokale boekhandel, iets minder voor mijn portemonnee maar een waardige vervanging voor leesclub Boekenklap. Die maandelijkse afspraak schrap ik met spijt uit mijn agenda. Het heeft te maken met besmettingsgevaar en coronamaatregelen maar laten we het daar vooral niet over hebben. Voordeel van dit nadeel is dat boeken nu officieel essentiële goederen zijn.

Ik hou van lijstjes vooral als anderen ze samenstellen, merk ik nu. Er zijn evenveel manieren om dat te doen als boeken. Of nee, dat is overdreven daarvoor zijn er echt te veel boeken. Het kan wel doordacht of impulsief. Van alles iets of met een treffende rode draad. Om te ontspannen of te verwerken. Echte klassiekers of het lichtere genre. Fictie of non-fictie. In het Nederlands of in de oorspronkelijke taal. Alles van een bepaalde schrijver of net niet. Het is bij iedereen anders en toch weer niet want er zijn ook boeken die vaak terug komen. Het achtste leven (van Brilka) van Nino Haratischwili, is al vaak genoemd. Een familie epos met geschiedenis van een land werkt altijd.

Voor de eerste verjaardag van Drie boeken verscheen op Instagram de vraag om zelf een foto te publiceren met de drie boeken die volgens jou iedereen moet gelezen hebben. Ha! Dat is een interessante vraag! Dat daar niet eerder op gekomen is. De doe-het-zelver krijgt meer respect voor de stielman als hij niet alleen moet kijken maar ook mag doen. Ik wilde zoals altijd snel zijn. What is the what van Dave Eggers. Een rauw boek over een vluchteling uit Soedan waarvan Barack Obama vindt dat elke scholier het moet lezen. Het beklijvende Een klein leven van Hanya Yanagihara over een getormenteerd man maar vooral over vriendschap en liefde. En dan nog iets over de natuur. De acht bergen van Paolo Cognetti. Voor ik het zelf doorhad, nam ik een foto en klikte ik op verzenden. Ik bleef nog even voor mijn boekenrek zitten en moest glimlachen bij Het moois dat we delen van Ish Ait Hamou. Voor boek drie waren misschien De wand van Marlen Haushofer of Wild van Cheryl Strayed nog beter. Rustige boeken die me doen vertragen en naar buiten jagen. Niet dat ik me er iets van moet aantrekken maar voor het programma is het ook leuk als er niet te veel van hetzelfde in zit. 

Ik hoor hoe lezers tips krijgen of hun boekenkast ordenen: alfabetisch, op land van herkomst van de auteur, op kleur of met een scheiding tussen wat gelezen en nog te lezen is. Het idee bij een boek een soundtrack te kiezen, blijft ook hangen. Waarom niet uitwisselen bij welk boek je moet gieren van het lachen? Lees eens Sprakeloos van Tom Lanoye als je stil in een vliegtuig moet zitten. Een boek dat je doet huilen? Komt een vrouw bij de dokter van Kluun. Als je de film huurt, krijg je er zakdoekjes bij. Mooiste liefdesverhaal? I.M van Connie Palmen. Meest inspirerend boek? Becoming van Michelle Obama. Beste biografie is een moeilijke vraag. Bruce Springsteen was niet slecht. Het gruwelijkste boek: De stilte van de vrouwen van Pat Barker. Welke auteurs lopen ook veel? Nicci French (ja allebei) en Haruki Murakami. Over boeken die me hyperactief doen kwispelen, begin ik best niet. Je wil toch nog tijd om boeken te lezen, niet? Volgens mij is er genoeg te vertellen voor nog heel veel verjaardagen. 

Elk boek is een opstap naar een ander. Met een  leesclub kruist je literair pad dat van andere lezers en ontdek je nog meer nieuwe dingen. Hopelijk geraken we snel door deze bizarre periode zodat we koffie kunnen drinken in Barboek en in de leesclub over boeken kunnen klappen. 

Voor ondertussen… Kennen jullie de podcast Drie boeken al? Je vindt alle informatie op http://www.wimoosterlinck.be onder het kopje Drie boeken. Je kan ook abonneren via Spotify of de Apple store. Niet twijfelen, gewoon doen!  

Je vole

De dag dat een kind geboren wordt, weet je dat je moet beginnen loslaten. Eerst in de armen van bezoek, naar de crèche, bij een babysit, dan school en op kot. Tot daar wat ik al weet. Ik zal wel zien wat nog komt. Altijd langer en verder en wellicht gevaarlijker. Je kan jaren naar hun kamer lopen om over hun bolleke te wrijven. Als hun lief blijft slapen, doe je dat niet meer. Wanneer ze thuis komen terwijl ik me klaar maak om naar kantoor te gaan, vinden ze het ook niet zo leuk gezien te worden.

Gelukkig dat ze niet aan ons ouders blijven hangen en hun weg zoeken en vinden. Als je dat niet wil, neem je beter een hond. Maar toch, ik moet regelmatig denken aan dag één en het idee van loslaten. ‘Je vole’ van Louane Emera is tegenwoordig mijn mantra en loodst me door zenuwslopende momenten. Als ze in Thailand of Vietnam rond hangt, is een telefoontje niet altijd mogelijk. Er zijn apps om hun reizen te volgen maar dat is nog onrustwekkender dan niets horen. De coronamaatregelen zijn ook een flinke streep door de sweet sixteenrekening van de jongste maar uitstel is geen afstel. Het beste voor haar moet nog komen.

Het stopt wellicht nooit om je zorgen te maken en jezelf te blijven zien als de grote verantwoordelijke ouder. Mijn vader zegt nog altijd tegen zijn zoon van 43 dat hij wel even zal nemen waar hij niet aan kan terwijl de man twee koppen groter is. Achteraf is het allemaal best plezant en het levert boeiende verhalen voor later.

Zondag kreeg ik deze sms: ‘We found this phone by the lake in the water at place flagey. I tried to call but it seems that the microphone doesnt work.’ Avondklok. Lockdown. Hoe kan dit? Wat doet ze in Brussel? Ze zit op kot in Gent! Ik hou van een goede ‘Who did it’ maar zoek liever niet naar mijn eigen kinderen. Kon ik haar nu maar over haar bolleke wrijven. In plaats daarvan begin ik mensen te contacteren maar de angst om iets te missen is helemaal verdwenen als je iemand nodig hebt. Of toch niet. Gelukkig, iemand die reageert. Wis nooit de
mobiele nummers van scoutsleden ook al weet je niet meer precies wie achter de totem schuil gaat. Niets aan de hand. Ze heeft blijkbaar een nog niet bij haar ouders geregistreerd knuffelcontact in de hoofdstad. Oef. Het is maar dat. Mijn hartslag kan weer omlaag.

Wacht even. Ik hoor zoonlief met de auto thuis komen. Ik ga niet kijken. Hij heeft een rijbewijs en kan rijden. Ik doe mijn ogen dicht en zing ‘Je vole’.

Kleine en grote gelukskes

Wie laat er nu zijn kinderen alleen? Euh, twee derde is meerderjarig. Ze zijn goed opgevoed en heel zelfstandig.

Wie gaat er nu hiken als ze al een druk leven leiden? Euh, we zijn niet zo goed in stil zitten en hebben het daarom misschien juist nodig. 

Waar stappen jullie naartoe? Compostella? Euh, had gekund maar niet deze keer. De Mullerthal Trail in Luxemburgs Klein Zwitserland. In 2014 gecertificeerd met het label Leading Quality Trails – Best of Europe. 

Is het coronaproof? Euh, het kan niet beter. We komen geen kat tegen en zijn voortdurend in openlucht. Zelfs naar het toilet gaan, enfin ja, je weet wel. 

Waarom doe je dat? Wat wil je ermee bereiken? Euh, vrijheid, avontuur en ontelbare kleine gelukskes. In willekeurige volgorde? Perfect inpakken. Leven op je eigen ritme. Opstaan, eten en slapen wanneer je wilt. Een goedendag van een kruisende wandelaar. Een prachtig uitzicht. Mooie wolken. Een dorp met café dat open is nadat je er enkele hebt gepasseerd zonder. Kleurrijke bloemen. Vogels die zingen. Machtige rotspartijen. Appelcider of Berdorf kaas van de streek. Fladderende vlinders. Zonneschijn na regen. Een rustige slaapplek. De regen op je tent. Een picknickbank naast een natgeregende tent. Een gevriesdroogde maar goed gekruide maaltijd. Franbozen en bosbessen langs de weg. Een bankje. Manlief die onderweg koffie zet of tekent. Een fris biertje na een lange tocht, als de tent er staat en (ach waarom niet) bij het eten. Een Italiaanse cappuccino als je hem niet verwacht. Soep als het regent. Een goed boek. Een verkwikkende douche. Als een blok in slaap vallen. Gewekt worden door de vogels. Elkaar zo vaak als je wil, vertellen hoe geweldig het is. Zo kan ik nog uren doorgaan. 
Zin om er ook voor te gaan? Neem een rugzak, tent, matje, slaapzak en voldoende eten en je kan zo vertrekken. De route is prima aangegeven. 
Verwen je vooraf met een klassiek vijfgangenmenu in Hotel Kinnen in Berdorf. Je zal de hele weg denken aan de hemelse smaak van de champagnesorbet in zilveren kommetje. 

Etappe 1 Berdorf naar Born 28 KM Camping Salzwaasser

Etappe 2 Born naar Echternach 25 KM Camping Officiel

Etappe 3 Echternach naar Consdorf 23 KM Camping La Pinède

Etappe 4 Consdorf naar Larochette 28 KM Camping Auf Kengert.

Etappe 5 Larochette naar Consdorf  30 KM Camping La Pinède

Etappe 6 Consdorf naar Berdorf 18 KM of 150  KM in 6 dagen. 

Slaap nog een laatste keer tussen de koeien in B&B Roudenhaff en rijd voldaan naar huis. 
De kleine gelukskes moet je niet najagen maar dankbaar ontvangen. Thuis komen in een gepoetst huis en met hele gezin  prosecco drinken en sushi eten voor je huwelijksverjaardag, dat is misschien te danken aan die opvoeding. Met veel dank aan mijn grote gelukskes. 

Fwiet fwiet

Het is zoals met zwanger zijn of een nieuwe fiets of auto willen. Opeens zie je overal bolle buiken en kinderwagens of het model van je dromen. Zo ging het ook met vogels spotten. Al jaren zingt er een merel in onze tuin. Ik weet niet precies wanneer hij (alleen mannetjes zingen) eindelijk de aandacht kreeg die hij verdiende. Misschien sinds we zelf niet meer mogen vliegen en corona ons in ons kot en dichter bij huis hield. We letten meer op wat we horen en zien. Nadat Begijn le Bleu en Jan Rodts bij Friedl Lessage in Touché kwamen, is de interesse exponentieel toegenomen. We zien en horen overal vogels. We volgen de podcast Fwiet Fwiet en De slimste vogelgids ligt op onze salontafel. We hebben al heel wat vogels kunnen determineren en afvinken (die kon ik niet laten liggen). De kinderen stellen als maar meer vogelvragen aan mijn wederhelft die bezig is een echte vogelaar te worden. Wat hij niet weet, vraagt hij aan Begijn (vogelaars onder elkaar). Samen bekijken en becommentariëren we al wat pluimen heeft. Heerlijk om hun discussies te horen en in te vullen. Het leukst zijn de hele kolonies die ons voor gaan tijdens een wandeling om elkaar te verwittigen. We proberen ook elke vogel te fotograferen al gaat tekenen soms sneller. 
Toen onze oudste op gezinsvakantie ontdekte dat ze haar bachelor grafisch ontwerp met onderscheiding had behaald, opperde ze dat ze haar tekentalent van papa had. Ze daagde hem uit haar schetsboek te gebruiken en in geen tijd tekende hij een paar prachtige vogels. In de rugzak voor onze Mullerthal Trail was plaats voor een klein Moleskine schetsboekje. We staan regelmatig stil om te spotten. Elke dag tekent hij een tafereel alsof hij nooit anders heeft gedaan. Een jaloezie de métier krijg ik ervan en dus sorteer ik nog wat woorden. Elke vogel zingt zoals hij gebekt is. Fwiet fwiet.

Doorgaan met het lezen van “Fwiet fwiet”

Samson

Wat ben je met een blog over plannen maken, als dat even helemaal niet kan? Wie of wat kan ik dan uitdagen? Mezelf. Ja, dat is wel duidelijk! Normaal ga ik om de vijf weken naar de kapper. Als je nu goed naar me kijkt (stel gerust een vraag om te weten waar mijn voorkant zit), denk je onmiddellijk aan het 28e stripverhaal van Jommeke.

Alsof alle kracht in mijn haar zit, blijf ik ontzettend hard werken. Het lijkt wel of ik alle veranderingen waar we door heen moeten, graag voor het einde van de lockdown wil afgerond hebben. Wat word ik moe van mezelf. Als ik zo doorga, maak ik kans op een coronaburn-out. Ik bedenk net (ah, toch een plan!) dat ik beter nog projecten over laat voor volgende virale opflakkeringen waarbij afstand houden niet voldoende zal zijn en quarantaine nodig is. Ik hoor me nog uitbundig meezingen op het laatste liveoptreden dat ik voor lange tijd meemaakte. ‘Zeg alles af voor morgen’. Dat leek me toen een bijzonder aantrekkelijke gedachte. Het zal nog even het laatste optreden blijven maar niet getreurd, ik ben goed in mezelf in stilte bezighouden.

Zoals iedereen mis ik de leuke afleidingen die schoonheid en kleur geven aan ons leven. Al een geluk dat iedereen thuis is en gezond. Onze jongste had de wilde haren van haar broer bijgewerkt. Het was goed gelukt maar volgens haar ook maar een student en dus niet zo risicovol. Mijn coupe vond ze een stapje verder. Mama heeft een professionele look nodig om selectiegesprekken te doen en via een beeldscherm naar dressings en slaapkamers te kijken waarin kandidaat-werknemers zenuwachtig het beste van zichzelf geven. Hun nervositeit daalt wellicht wanneer ze de muts op mijn hoofd opmerken.

Minder uiterlijk vertoon brengt ons sneller bij de essentie en dat maakt werken nu nog plezanter. Je zet drie mensen samen; een technieker, een werkvereenvoudiger en een werkversneller en de boel gaat vooruit. Naarmate je vordert haal je er andere talenten bij die een verschil maken. Niet stilvallen. Verder doen. Ik prikkel graag en het is zó bevrijdend als aanzetten worden opgepikt en weer een duwtje geven aan een volgende stap.

Ik geniet van de kappersbeurt en voel me met elke knip frisser en fitter worden. Het resultaat is beter dan dat van Jommeke. Ik kan er weer volle goede moed tegenaan en dat was niet eens een plan.

Het opruimvirus

Ik moet niet meer herhalen dat we leven in bijzondere tijden. Nooit maar dan ook nooit hadden we gedacht mee te maken wat we nu mee maken. Ik bedoel natuurlijk de Coronacrisis (covid-19) en alle maatregelen om de curve af te vlakken. Het bewijst nog maar eens dat de realiteit altijd de fictie overtreft. Het is zo ingrijpend dat iedereen nog lang over een leven vóór en laat ons hopen ook over een leven na corona zal spreken.

Het maakt de Plannemie tijdens deze pandemie in mij weer klaar wakker. Het deel van mij dat graag plannen maakt en plezier haalt uit sorteren, structureren en opruimen is altijd erg aanwezig. Soms steek ik er als een virus andere mensen mee aan, soms niet. We zijn nu eenmaal wezens die verschillen. Nog meer dan anders moeten we ons daar nu bewust van zijn en beseffen dat iedereen zijn ups en downs heeft en dat we elkaar moeten helpen en steunen.

Mijn opruimhonger heeft een ongeziene piek bereikt sinds ik de bureau van Marc Van Ranst heb gezien. Ik slaap er niet meer van. Die curve kan volgens mij niet hoger en moet zakken. Ik bewonder de kennis en het leiderschap van die man maar echt waar voor orde en netheid mag hij op mij rekenen. Andere virologen wil ik ook helpen en iedereen die nu het verschil maakt in de strijd tegen het virus en de zorg voor anderen.

Nog eens. We zijn allemaal anders. Er zijn noodgedwongen harde doorwerkers en thuisblijvers. Bij de thuisblijvers kan de ene zich goed in stilte bezig houden terwijl de andere hulp nodig heeft om niet helemaal in de impasse te blijven steken. Je hebt er die vooruitdenken zonder te weten wat komen zal en er zijn er die blijven omzien naar wat was. Ik heb dit weekend alvast het boek ‘De overgang’ gelezen. Niet dat er al iets aan de hand is maar in het boek staat dat elke vrouw van 45 het moet lezen en dus kan ik dat al afvinken. Wat gedaan is, is gedaan.

Iedereen die van de gelegenheid gebruik wil maken om op te ruimen en te minimaliseren moet dat vooral doen. Wat droom ik daar al lang van. Weg met alle ballast en het gehamster van nutteloze hebbedingen voor je-weet-maar-nooit. We zijn nu in je-weet-maar-nooit en gebruik je die oude rommel nu? Nee. Dus.

Maar. Zoals je in de supermarkt nu best maar één pak wc-papier tegelijk koopt, mag je nu ook niet alles in één keer dumpen bij de eerste de beste recyclagebol die je rondom je kot tegenkomt. Het hoort allebei niet. Het is niet hygiënisch en zelfs gevaarlijk om nu al je afval te storten op plaatsen waar het niet kan en mag verwijderd en verwerkt worden. Hou je op dat vlak een beetje in! Kan dat? Maak een kamer of stuk van je tuin vrij om je rommel te sorteren en stockeren.

Als het virus opgeruimd is, zullen de recyclageparken en kringloopwinkels er weer zijn en zij verdienen ons respect. Net zoals alle zorgwerkers, rekkenvullers, vervoerders, pakjesverdelers, politieagenten en al wie nu het essentiële blijven mogelijk maken. De lente schoonmaak gaat nooit zo grondig gedaan zijn. Succes ermee!

Hoe warm kan je lopen voor lopen

Vandaag zouden mijn zoon en ik samen de twintig kilometer van Brussel lopen. Het heeft helaas niet mogen zijn en misschien is dat maar goed ook. We houden allebei van lopen. Ik kies voor ver en rustig. Hij houdt van kort knallen.

Deze editie van de wedstrijd door onze hoofdstad was bijzonder warm. Ik liep voor de Schone Kleren Campagne van Wereldsolidariteit in een clean shirt. De verantwoordelijken riepen ons op om heel voorzichtig te zijn. Het is geen schande om deze jaargang niet uit te lopen of om trager te zijn dan anders. Heel zorgzaam van hen. Aan de andere kant is twee uur lopen niets in vergelijking met de hard labeur van de kledingarbeidsters in Bangladesh waarvoor we geld hebben ingezameld.

Ik heb voor het eerst stukken gewandeld. Later, als ik een zotte oude doos ben met fout gestifte lippen, zal niemand me vragen welke tijd ik liep op de 20K van Brussel in 2018. Ze zullen vragen waarom ik altijd zo graag heb gelopen.

Ik heb onderweg zoveel gedronken dat ik klotsend aan de meet kwam al viel dat niet op doordat we moesten aanschuiven om over het eindpunt te geraken. Het gezapige ritme van het grootste deel van de veertig duizend deelnemers veroorzaakte behoorlijk wat file. Aan de meet, bij de uitreiking van de medailles en in het naar huis rijden. Ik had naar huis kunnen lopen maar had nog een afspraak.

Onze zoon heeft niet zomaar opgegeven. Hij had zelf een wedstrijd. Vierhonderd meter. Een vijftigste van een halve marathon en binnen de minuut is de klus geklaard. Al moet je op de piste wel mooi binnen de lijntjes lopen. In de auto las de vrouwenstem, die me doorgaans de weg wijst, de sms-en van manlief. Bij ‘Wij zijn er al’ besefte ik dat ik er niet op tijd zou geraken. Dan volgde ‘Hij gaat starten’ en uiteindelijk hoorde ik ‘Tweede, drieënvijftig seconden’. Ik miste de wedstrijd! Verdorie! Zilver! We konden niet samen lopen en nu kon ik hem ook niet zien. Gelukkig was ik nog op tijd voor het podiumgebeuren. We waren allebei weer warmgelopen en konden glunderend naar huis met een medaille.

M/V met talent

De collega’s maken de brug. Ik ga voor de lol evenzeer naar Antwerpen. Op de trein geen werkmensen met laptops maar kleine kinderen met plopkoeken. Ik ga niet werken en ook niet naar de zoo. Ik ga samen met enkele andere vrouwen en een mannelijke gids naar Annemie Van Kerckhoven in het Museum voor Hedendaagse Kunst. Mijn favoriete kunstwerk werd ooit voorgesteld aan Jan Hoet die het geweldig goed vond. ‘Een top werk! Magnifiek! Van wie is het?’ riep hij door de zaal waarop een kleine blonde haar vinger opstak. ‘Wat?’ bulderde Hoet. ‘Van U. Dat kan niet! Het trekt op niks. Pak het in en maak dat je ermee weg bent. Ik wil het nooit meer zien.’ Sindsdien tekent deze dame haar werken met AMVK. Zo kan je niet zien dat het van een vrouw komt. Waarom verdient zij minder dan haar mannelijke collega’s? Eerlijk is het niet. Bij de lunch ventileer ik erover. Mijn tafelgenoten zijn iets oudere dames en bijna allemaal lesbisch. Ze geven me groot gelijk. Hen moet je natuurlijk niet vertellen dat vrouwen harder hun best moeten doen. Zij weten er alles van. Ik vertel over de workshops die alle collega’s op het werk volgen en die begeleid worden door een M en een V. Over de mannelijke begeleider hoor ik lovende woorden. Over de vrouw is er meer commentaar. Ik vind ze allebei goed in hun vak. Hoe komt dat toch? Waarom moeten vrouwen zich nog altijd meer bewijzen dan mannen? Wanneer ik die vraag in mijn dagelijkse omgeving hardop stel, lijk ik wel de enige die er zo naar kijkt. Hoe kan dat nu? Ga het maar na. Je moet er eens op letten. In de weekendeditie van de krant lees ik een interview met de man die De Mol presenteert. In de finale zitten dit keer alleen mannen. Hij stelt ook vast dat het altijd de vrouwen zijn die worden afgemaakt en denkt dat we het lastig hebben met vrouwen die het goed doen. Voila! Nu hoor je het eens van een ander. Ik ben dan toch niet alleen met mijn idee. Mij geloven ze niet maar een man misschien wel.

IMG_20180511_144159_370

Yoga

Mijn yoga juf heet Joni. Ik verzin het niet! Joni geeft Vinyasa yoga, een sportieve variant. Ik ben een trouwe en enthousiaste leerling. Op mijn vorige Camino, zag ik regelmatig een Française op een plein haar wandelbottinen uitgooien voor een paar mooie poses. Het leek me geweldig om dat ook te kunnen en het inspireerde mij om ook met yoga te beginnen. Ik heb er nog geen moment spijt van gehad. Het maakt me rustiger, sterker en gezonder. Ik had me vast voorgenomen om tijdens deze Camino ook zo nu en dan mijn veters los te maken en boots aan de kant te gooien voor enkele oefeningen. Ik ben echter geen geschikte plek tegen gekomen. Het gras was te nat. Het zand was te modderig. De stenen waren te hard. Onderaan in het stapelbed was er geen plaats en bovenop was te gevaarlijk. Bovendien was er geen zon te bespeuren voor de zonnegroet!Ik weet niet of een poncho over je hoofd en rugzak zwieren ook een goede beweging is, maar die kan ik ondertussen héél goed. Laat ons zeggen dat ik veel heb kunnen oefenen. Dat gaat zoals een klein kind in de kleuterklas zijn jas leert aandoen. Wel opletten dat je stapschoenen nergens op staan want dan sla je een mal figuur. De echte yoga oefeningen onderweg zijn voor een volgende stapvakantie. Ondertussen kijk ik reikhalzend (stretchen!) uit naar de volgende yoga les met juf Joni.

Welke route

Was het dat ene glas Porto bovenop de brug? Of lag het aan de taltijke Portohuizen rond de Douro? Ik had me vooraf voorgenomen om de Caminho Portugues dwars door Portugal te volgen en kocht de gids die me die weg zou wijzen. De eerste etappe kon ik echter nog kiezen voor de zee of het binnenland. Ik weet niet wat er precies gebeurde maar ik kon het niet laten. Ik werd meegesleurd door de Douro en bleef het pad ernaast volgen tot aan de zee. Een bijzonder mooi traject. Alleen jammer van de aanhoudende regen. De eerste nacht bleef ik overnachten dichtbij de zee en was ik helemaal alleen in de herberg. De volgende dag regende het precies nog harder en was de zee nog wilder. Ik snakte naar boerendorpen, weilanden en bossen. Het heeft wat stapvoeten in de aarde gehad om terug op de andere route te geraken. De wandelgids die ik meegenomen had, wist alleen het hoogstnodige en de gele pijlen bleven me hardnekkig naar de zee sturen. Die was te wild om te blijven volgen. Door de aanhoudende regen had ik al genoeg water gezien en ik besliste met de gps in de hand door te steken naar het binnenland. Ik had die eerste etappe ook gekozen voor de veiligere weg en moest nu even op mijn tanden bijten langs wegen waar de vrachtwagens me met poncho en al omver bliezen. Uiteindelijk kwam ik op de weg die ik wilde gaan. Ik was zo blij toen ik op een weipaal een gele pijl zag staan. Door het koude en natte weer, maakte ik wel vaart. Na vijf dagen was ik al in Spanje en in acht dagen was de klus geklaard. Vandaag ben ik aangekomen in Santiago de Compostela. Het was een mooie route maar ze zal nog veel mooier zijn als de zon schijnt.