Pijn-stiller

Een ongeluk komt nooit alleen. Nadat manlief een grote hernia had opgelopen, verrekte de jongste een cruciale spier in het dijbeen. Twee immobiele en pijn verbijtende huisgenoten werden ons deel. Aanvankelijk wilde ik uit liefde de pijn gewoon overnemen maar toen dat niet kon, zette ik in op pijnbestrijding. Na mijn jogging rende ik van hot naar her om aan geschikte medicatie te geraken voor ik weer rustig kon worden op de yoga en alle apothekers gesloten waren. Maar liefst twee keer ben ik bij een medicijnmens uit de wachtrij terug naar buiten gelopen. Dat is niet mijn gewoonte maar ik zal uitleggen waarom. Ik had namelijk gewoon een flinke voorraad pijnstillers nodig om het weekend heelhuids door te komen. Dat leek buiten de adviesrol van de apotheker gerekend. En wat doet een mens die niet krijgt wat hij snel nodig heeft. Ik heb zelfs even overwogen naar Nederland te rijden om in een benzinepomp naast de autosnelweg tussen de sigaretten en kauwgum aan spul te geraken. In ons dorp is er een apotheek met drie ‘loketten’. Je MOET er gaan zitten. Een jonge vrouw die lang gestudeerd heeft, kijkt je heel ernstig in de ogen en wil vervolgens je hele doen en laten weten alvorens ze de nodige middelen wil vrij geven. Ik heb al vaak geprobeerd te blijven staan en gewoon kort en bondig te vragen wat ik nodig heb maar ze slagen er iedere keer weer in te doen alsof het erger met me gesteld is dan het op het eerste zicht lijkt. Het is precies zoals met het lezen van de bijsluiter. Daar word je vaak nog zieker van. In een naburige gemeente gaat het om een oudere vrouw die alles over medicijnen weet en evenveel over mij wil weten. Eerst vraagt ze of ik nog loop, of hij nog fietst, hoe het met de kinderen gaat en waar we op vakantie gaan. Pas als die vragen juist beantwoord zijn, volgt het echte werk. Ik hoorde hoe ze nog met het diepte-interview van een ander slachtoffer bezig was, keek op mijn klok en ging buiten. Gelukkig kende ik in de stad nog een pillenverkoper waar je redelijk anoniem kan blijven. Ik sprak de woorden ‘Dafalgan’ en ‘Ibuprofen’. De witte jas ging zonder vragen naar een schuif, nam precies wat ik nodig had en rekende af. Soms moet het toch echt niet meer zijn.

Advertenties

Kansen

Ik hoorde Luc Bosmans in ‘De Ochtend’ op Radio 1 en de brave man bleef een hele dag  in mijn hoofd  zitten. Er is deze week gevoetbald in de achtste finale voor de Beker van de Koninklijke Belgische Voetbalbond, beter bekend als de CROKY CUP. Alles moet tegenwoordig gesponsord. Woensdag 29 november speelden KV Mechelen en Racing Genk tegen elkaar en dat werd een bijzondere wedstrijd om verschillende redenen. Mij interesseert vooral het feit dat een lijnrechter en de hoofdscheidsrechter zich blesseerden waardoor de scheidsrechters op waren. Er ging een vreemde vraag door het stadion. ‘Is er een scheidsrechter in de zaal?’ Luc Bosmans vond dat hij zijn verantwoordelijkheid moest nemen en in eer en geweten moest doen wat hem te doen stond.

Diezelfde dag hoorde ik mijn baas zeggen dat mensen beter, meer en vollediger moeten worden ingezet op hun talenten. ‘Oh, natuurlijk, kom maar af, baby! Ik sta klaar. Waarmee kan ik je helpen? Ik zit in de tribune’.

Luc was bereid te helpen, wandelde rustig naar beneden, Ander en Beter konden zich ook nog aanmelden. Toen dat niet het geval was, kreeg hij de kans van zijn leven en nam hij vlag en fluit ter hand. Gelukkig had hij nog niet te veel gelopen want dat moest hij op of beter naast het veld nog doen. De hoofdscheidsrechter moedigde hem aan zijn best te doen en kalm te blijven door te doen alsof het om Bertem tegen Veltem ging. Dat werkte. Hij maakte geen enkele fout. Het werd een intense en mooie ervaring voor een echte voetbalfanaat. Wat een mooi verhaal!

Mijn baas heeft gelijk maar om een uitdaging te nemen moet ze ook gegeven worden. Eigenlijk zou iedereen eens de kans moeten krijgen te schitteren als Luc Bosmans.

Vanavond fluit Luc weer gewoon in de derde afdeling van de reserve amateurs en morgen gaat hij weer supporteren. Het leven gaat verder en je weet nooit wat het kan brengen.

(Genk won met 4-5 na strafschoppen).

Kleur

Ja, het was weer zo een dag. Een grijze. Met veel wolken en weinig licht. Ik had speciaal een rode pull over mijn zwart kleed aan getrokken. De trein had vertraging, er zat luidruchtig volk op en ik was oortjes vergeten. Gelukkig had ik een roos boek bij in een handig formaat over een thema waar  ik nooit genoeg van krijg. Er stonden leuke meditatieoefeningen in en ik kwam helemaal ‘zen’ op het werk aan. Het kan ook zijn dat Isolde et les Bens nog in mijn oren zaten na hun concert in Het Depot gisterenavond. Ik weet niet precies wat het is, maar ik heb het al enkele keren ervaren. Ik ben moe of voel me niet lekker, ga naar een optreden en krijg weer energie of ben instant beter. Schoonheid en ontroering zeker? Dat geeft toch kleur aan ons leven.

Dan een hele voormiddag vergaderen. Ik hou niet van vergaderen. Na de middag overleggen. Dat lukt beter dan vergaderen. Het is meer zien, denken en voelen maar nog altijd niet doen. Ik wil sommige dingen niet blauwblauw laten en al zeker niet groen lachen. Soms zou ik echt liever van een wit blad beginnen. Misschien kan ik nog even buiten de lijntjes kleuren op de trein?

Ik neem een stadsfiets maar ga vlak voor het begin van de Meir onderuit. Mijn boekentas tuimelt op de grond, ik krabbel recht en trek mijn kleed in de plooi.  Morgen zie ik bont en blauw. Gelukkig word ik niet snel rood. Aan het station wacht ik twintig volle minuten om mijn vélo kwijt te geraken. Ik hoor en zie alle kleuren van frustratie rondom mij. Als ik ver onder de grond in de trein via de luchthaven stap, neem ik plaats naast een roze koffer. Waar zou die heen gaan? Naar goudgele stranden, groene bergen, witte bergtoppen, blauwe meren of elders? Het lukt me niet om te werken. Ik heb meer zin in kleurenwiezen of rode wijn. Doet er iemand mee? 

 

Tussen de lijnen

Wanneer ik thuis ga joggen, moet ik vaak uitleggen waar de Abdij van Vlierbeek ligt. Het is een bezienswaardigheid in de buurt van Leuven. Wie in de buurt is en het niet kan vinden, loods ik met plezier naar de bestemming.

Deze week verblijf ik in een klooster in Limburg in een streek waar ik zelf de weg niet ken. Ze hebben er een bijzonder kunstwerk dat ik graag wil zien. Een doorkijkkerk met de naam ‘Reading between the lines’. Ik besluit er bij de eerste gelegenheid en vóór dag en dauw naartoe te joggen. Ik vertrouw op buurtbewoners om de weg te vinden. Ik loop binnen in de buurtwinkel. De  Engels sprekende Kabir kijkt me vriendelijk maar verward aan en wijst de weg naar de kerk tegenover het klooster waar ik logeer. Tussen de lijnen begrijp ik dat hij niet weet waarover ik het heb. Er komt een klant binnen maar ook hij heeft nog nooit van een doorzichtige kerk gehoord en kijkt alsof ik ze niet meer op een rijtje heb. Ik bespeur weinig eigenaarschap en beslis dan maar de eigendom rond mijn arm te raadplegen. Google maps helpt me langs de Sint-Truidense steenweg in de juiste richting te lopen. Helaas geraak ik er niet binnen de tijd die ik heb en bovendien is het nog donker. Je moet niet vergeten dat ik hier voor het werk ben en dat er moet gewerkt worden.

De volgende dag krijgen we een vrij blok in de namiddag en kan ik mijn kerk gaan bewonderen. Het formaat valt tegen. Ik had het alleszins anders in mijn hoofd. De zon is er niet bij. Dat kan het verschil maken. Je kan niet voortdurend schitteren. Het kunstwerk blijft wel de moeite te midden van het glooiende landschap gevuld met fruitbomen en lichtbruine koebeesten in de omliggende weilanden.

Een paar jaar geleden kreeg ik eens een telefoontje van Ivan Sonck. Ik dacht dat ik per ongeluk naar een nummer had gebeld om sportuitslagen te horen zo vertrouwd klonk zijn stem. De voormalige sportcommentator had ook een engagement bij het loopblad Runners world en vroeg of ik mijn favoriete loopplek wilde delen voor de ‘foto van de maand’.  Ik koos uiteraard voor de Abdij van Vlierbeek.

De volgende dagen loop ik niet meer langs de steenweg maar neem ik kleinere straten. Als iemand de weg naar de doorkijkkerk vraagt, kan er toch iemand antwoord geven. En als de Runners world een plekje in Limburg zoekt, mogen ze mij nog eens bellen. Ik ken een bijzonder mooie plaats in de buurt van het doorkijkkerkje in Borgloon.

kerk borgloon

Attitude

‘Ik heb me ingeschreven voor een dance battle’, zei de jongste. Het was te denken dat kijken naar dansfilmpjes op een dag niet meer zou volstaan. Ze wil meer en als ze plannen maakt, voert ze die ook uit. Het is een doorduwertje die kleine. Het jaarlijks dansoptreden in de stadsschouwburg staat lang vooraf in onze agenda. Dit was een tussendoortje waarvoor ik op een bepaald moment ook tickets moest reserveren en een passende outfit moest kopen. Een goede voorbereiding is het halve werk en hoort bij haar attitude. Toen ik haar gisteren inschreef voor het scoutsweekend overwoog ik heel even op de medische fiche op de vraag naar bijzonderheden toe te voegen dat ze constant danst maar dat weten ze ondertussen bij de scouts ook wel. ‘s Avonds om acht was ons hele gezin present in het STUKcafé in Leuven voor DansbaAR. Het eerste uur stonden wij, papa, mama, broer én zus, een beetje beduusd van ons biertje te genieten serieus onder de indruk van de uitzinnige sfeer. Stevige muziek, twee presentatoren, een driekoppige jury en driehonderd joelende mensen in een uitverkochte zaal. Al dat verzameld danstalent in beweging zorgde voor een geweldige ambiance. Vierentwintig teams met elk drie dansers namen het tegen elkaar op in breakdance, urban en een derde variant. Allemaal in freestyle oftewel improviseren. Onze kleine nam het urban stuk voor haar rekening. Terwijl teams uit Hongarije, Tsjechië en Portugal aan de beurt waren, keek ze zittend vanop de grond toe. Ik had met haar te doen en stond tegelijk te kijken van zoveel lef. Ons favoriete team (24, 13 en 20 jaar oud) kwam pas laat aan de beurt. Na de aankondiging, veerde onze kleinste recht, nam haar plaats en danste alsof haar leven ervan afhing met een attitude van kijk maar eens goed. Ze deed het schitterend. Ze kreeg reacties op zijn breakdance van ‘What the fuck, you are damn good’ met bijhorende urbanbewegingen en speciale gelaatsuitdrukkingen. ‘Yeah! Damm good’. Tijdens de pauze stond ons hele gezin te genieten op de dansvloer. Stilstaan was geen optie. Onze lijven bewogen als vanzelf mee met de muziek. Er werd nog lang verder gebattled. Om één uur zijn we naar huis gefietst want deze morgen moest de kleine weer op om te repeteren voor een ander dansevent. Wat een attitude! Attitude, het is een klein ding dat een groot verschil maakt.

dansbattle

Greep

Greep krijgen op je leven is een bouwsteen voor geluk. Onze koters zijn goede grijpers. Dat is altijd al zo geweest.

Toen de jongste tien was en na lang zeuren toestemming kreeg om alleen via een veldweg naar de vlakbij gelegen supermarkt te fietsen, vond ze daarna dat ze ook alleen naar de school kon. Ze ging immers ook al alleen naar de winkel. Dat is toch hetzelfde zeker! Wat is het probleem?

Onze achttienjarige gaat nu op kot. Ze heeft een studierichting gevonden die de oudste en grootste universiteit van ons land vlakbij huis niet aanbiedt. Je moet het maar doen. Het lijkt een grote stap om in een andere stad te gaan studeren maar ach ze heeft pas drie weken in Thailand rondgetrokken. Ze leerde daar met een brommer rijden, trok door het woud en geraakte even verdwaald in Bangkok. Wat betekent Gent nog als je je plan kan trekken aan de andere kant van de wereld? Het is maar één kamer op slechts één uur sporen van huis! Wat is het probleem?

Zelfstandige kinderen hebben voordelen. Maar elk voordeel heeft een nadeel. Ik las deze week op de trein in de Metro dat een kotstudent 12.425 euro per jaar kost. Dat had ik precies al gevoeld in mijn portemonnee na de waarborg voor dat kot, het inschrijvingsgeld voor de opleiding en de aanschaf van een MacBook. Ik moet geen resultaatsverbintenis maar verwacht wel dat de inspanningen navenant zijn. Dat is toch geen probleem?

Onze kids weten wat ze willen en zijn best wel kostenbewust. Voor of na de scouts gingen ze gisteren alle drie op kinderen of dieren passen. Laat ze maar bouwen aan hun geluk. Ik leer de greep ook loslaten.

Collega’s en groei

Collega’s en groei zijn belangrijke factoren voor een prettige werkomgeving. Jaarlijks krijgen wij ‘leefgeld’ voor een teamversterkende activiteit. Vorige week vrijdag probeerden we zo na kantoortijd te ontsnappen uit een escape room en gingen uit eten. Heel tof allemaal maar ons team heeft meer ambitie.

Toen we brainstormden over een vorming, training of opleiding voor het team, ging onze fantasie met ons aan de haal. Doorgaans hebben we een vrij ernstige taakomschrijving die we degelijk en met plezier tot een goed einde proberen brengen. Nu mocht elk teamlid suggesties doen voor meer groei en ontwikkeling. De criteria; het moet verbinden en versterken voor de toekomst, we moeten er zowel individueel als collectief uit leren, het mag uit onze comfortzone zijn maar iedereen moet het zien zitten.

Wie zoekt die vindt. We zochten inspiratie bij weg met de baas en werden uiteindelijk aangesproken door de fascinerende ezel-spiegel. We zijn nochtans gewoon ermee te werken. Haha. Flauw. We wilden iets met beesten doen, erover reflecteren en wie weet ons gedrag aanpassen en verbeteren. Daarnaast wilden we testen of crime control en hun inzet van acteurs het aangeleerde beter zou integreren in ons dagelijkse doen en laten. Iedereen had al ervaring met opleiding en vorming om kennis en vaardigheden te leren. Trainen op een attitude zou pas meerwaarde genereren. En dus klopten we af. Uit de comfortzone. Check. Liefdevol kritisch feedback leren geven en elkaar versterken. Check. Interessant apart en in groep. Check. Samen ginder geraken en terug komen, werkt ook verbindend. Check. Het zou ons kunnen motiveren nog beter te worden in dat we doen. Toekomstgericht. Check.

We geraakten maar niet uit gegiecheld over de locatie in het hol van Pluto. Oplossingsgericht als we zijn hebben we alle opties overlopen; overnachten, de trein nemen op een ontiegelijk uur, het wereldrecord met te veel volk in één auto, fietsjes huren aan het station, een taxi of een combinatie van dat alles. Ook de gepaste kledij gaf aanleiding tot joleit; botten om in de stront te staan en jassen om naar het front te trekken. We zijn allen vrouw dus ook wat we gingen eten, hield ons bezig. Koekjes en pralines zijn er op elk werkoverleg al in overvloed. Dat zou ook nu weer niet mankeren. 

Zo trokken wij deze morgen voor dag en dauw even terug in de tijd naar een boerengat net voor de Franse grens. Als kennismaking benoemden we het dier in elk van ons. Of we nu actiegericht of afwachtend zijn, zelfzorg is ontzettend belangrijk. Wie meer impact wil, moet letten op de kwaliteit van zijn boodschap en de kans op aanvaarding. Lichaamstaal is daarin heel belangrijk, de stem is van belang en uiteindelijk telt de boodschap ook. Je kan daar veel over zeggen maar doen is nog iets anders. Hoe begin je daaraan? Zoals een piloot begint te vliegen in een flightsimulator hadden wij ook een veilige omgeving nodig waar we konden stoppen, herstellen, terugspoelen en nabespreken. Het wel of niet hebben van respect en het wel of niet zeggen wat je denkt, maakt dat we sub-assertief, manipulatief, agressief of assertief communiceren. En dus oefenden we op erkennen, stiltes laten en de kapotte grammofoonplaat met de BOOM-techniek. Beschrijf de situatie. Omschrijf het gevoel. Wat is de oplossing? Is er medewerking? Na de middag gingen we aan de slag met vijf ezels. Die zijn intelligent, gevoelig en eigenzinnig en via natuurcoaching leerden ze ons nog veel meer over onszelf en ons team. Nog meer doenisme. Het kon vandaag niet op. 

Het was een topdag met een topteam. Collega’s en groei, meer moet dat niet zijn.

Opruimen = beslissingen nemen

Het enige dat ik (bewust) laat rondslingeren in huis zijn boeken. Pas nog na de boekvoorstelling van nieuw werk van Eva Brumagne. De kinderen zagen het liggen, lazen de titel ‘Opgeruimd leven’ en riepen in koor: ‘dat heb jij toch niet nodig!’ Toen ik antwoordde dat ze ook de ondertitel ‘Roadmap voor tijd en balans’ moesten lezen, klonk het in kanon ‘dat heb je toch ook niet nodig’. Het boek gaat ook over keuzes maken en minimalisme. Minder maar beter. Een pleidooi voor minder spullen in huis en daar hebben mijn schatten misschien wel een punt. Alleen voor boeken (sorry Eva) maak ik graag een uitzondering. Het zette me aan het denken en dat is precies wat boeken moeten doen.

Het werkjaar is weer begonnen. Dat laat zich voelen aan meer routine, langere files en sneller donker worden. Om de lokroep van een lui en vadsig leven (glaasje wijn bij het eten, schattie?) te negeren, denk je best na over wat je in die drukte in je mond steekt en hoe je beweegt of … niet beweegt of over de keuzes die je maakt.

Over de file lees ik; ‘Het lijkt alsof we alleen maar lijdend voorwerp zijn van een probleem dat buiten ons ligt, maar dat is natuurlijk niet zo. Wij zijn de file.’ Daar heeft de auteur misschien wel een punt.

Dit weekend kwam ik op het lumineuze idee om op maandagochtend recht uit mijn bed en in mijn loopkleren te springen en zo vóór de grote verkeersdrukte van Leuven naar Antwerpen te rijden. De hele weg hield ik mijn stuur vast met mijn duimen omhoog want als de lucht uit de autobanden loopt, sta ik dus wel in mijn korte broek langs de E19. Ik hou wel van een beetje spanning en was zo ineens opgewarmd toen ik in A aankwam. Ik holde uit de parking, de Groenplaats over, langs de kathedraal en het stadhuis naar de Kaaien tot aan het Havenhuis en terug. Het kan erger. Vervolgens spurtte ik naar de douche zodat niemand me in loopplunje kon zien. Toen ik daar per ongeluk op een noodbel drukte, brak het angstzweet opnieuw uit. Wat als nu snel twee gediplomeerde eerstehulpverleners met een draagberrie zouden toesnellen? Gelukkig bleef het bij een vrees en zat ik netjes op tijd te blinken in mijn kantoor met uitzicht op de kathedraal waar ik net voorbij liep.

Ik wil de auto (en het lopen) afwisselen met trein en fiets. Over het spoor zit ik niet met mijn duimen omhoog maar moet ik me inhouden om mijn vingers niet in mijn oren te steken. Door meer per trein te reizen, kan ik gemakkelijk een boek per week lezen. Tijdens de spits met veel volk en nog meer getater, lukt dat helaas niet. De non-conversaties en het-schijnten vliegen door de lucht en genereren te veel afleiding en prikkels. Minimalisme in gebabbel. Daar zou ik iets voor willen doen. Ik begin bij de kleinst mogelijke eerste stap en gebruik oortjes.

Aan het station van Antwerpen Centraal stond ik vanavond even in de file om mijn Velo kwijt te geraken. Ik bleef kalm en dacht alleen maar ‘Wij zijn de file’. Ik kies er voor aan deze file mee te werken en zo de andere kleiner te maken. Om een gewoonte te veranderen, moet ik het nu nog 30 dagen volhouden.

Om in mijn hoofd op te ruimen, besliste ik zojuist nog eens te bloggen. Welke beslissingen heb jij vandaag genomen?

Goede vraag

Ik ben altijd in voor een goede vraag. “Wanneer heb jij voor het laatst iets voor het eerst gedaan”, bijvoorbeeld. Dat vind ik een leuke. Ze gaat over bewust/onbewust versus onbekwaam/bekwaam in leren en verkoopt wellicht ook goed bij Sport4fun. Een heel jaar lang ben je bezig met voorzichtig zijn en zaag je tegen de kinderen over opletten hier, oppassen ginder en uitkijken met. Dan ga je met het gezin op vakantie en doe je eens zot na één simpele vraag.

Ik had nog nooit aan canyoning gedaan en wilde het graag eens proberen. Het is een sport waarbij je de loop van een rivier door een kloof volgt. Dwars door de natuur en het water stappen, klimmen, schuiven en springen. Stevige schoenen houden je op de been,  het lijf gewrongen in een wetsuit zodat niemand kan zien hoe het hart te keer gaat en de helm om de mond dicht te houden als die openvalt van verbazing. Een gids vertelt wat je waar moet doen. De adrenaline doet de rest. Bij aanvang is het onweer boven ons hoofd enger dan de hindernissen maar dat zal niet blijven duren.

Onze oudste dochter heeft jaren gezaagd om dit te doen. Ze is in gedachten bij ons en nu zit alles mee om eens iets nieuws te proberen. “Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan?” Nummer twee gaat voorop. De jongste volgt. Niet gewoon natuurlijk maar met veel sier. Als ze wandelt, staat ze immers ook meer op haar hoofd dan op haar benen. Wij volgen. Het woord “loslaten” valt. Ze lezen ook mijn blog. Die “hé moeder” erachter, vind ik minder. Zo jong als ik me voel bij een sprong in de diepte, zo oud voel ik me als één van de kinderen “moeder” zegt in plaats van “mama”. Als ik vroeger zei dat ik “moe” was, zei iemand steevast “je zult nog moeder worden”. Nu ben ik “moeder” maar toch liever niet “moe”. Misschien helpt hier geen vraag maar een antwoord. “Zullen we afspreken dat je voor het laatst iets voor het eerst hebt gedaan?” Nee, niet de canyoning maar het “gemoeder”. Canyoning doen we zeker nog eens. Beloofd.

Loslaten

Wij zijn op vakantie en de oudste is voor het eerst niet meer mee. Couleur Café en een buitenlands kamp met de scouts, moesten het afleggen tegen de jaarlijkse gezinsvakantie. Tussen twee topmomenten trekt zij haar plan. Met veel vertrouwen, een goed uitgeschreven draaiboek en overdreven veel Post-its lukt dat. We zijn weer met vier en dat komt eigenlijk ook wel uit. Het is ideaal om te kaarten en niemand moet op de kop zitten in het restaurant. Thuis zal het anders zijn maar zo leren wij loslaten.

We moeten al even niet meer achter onze kindjes hollen of beurtelings de wacht houden. Niet meer sleuren met pampers en papjes. Niet meer zoeken naar tutjes en knuffelbeesten. We moeten zelfs niet meer als een juf vragen of er pipi is gedaan en of iedereen zijn jasje aan heeft. Dat hebben we toch al even losgelaten. Het zou belachelijk zijn met grote kinderen.

Toen onze zoon nog een kleuter was, deed hij alles snel. Voorbij de schoolport liep hij steevast als een uitgelaten hond zijn rondjes op de speelplaats. Als we weg gingen, spurtte hij naar de auto en sprong hij in de autostoel. Ondertussen is hij zestien en heeft hij een lief. Tegenwoordig moeten we drie keer roepen en sloft hij naar de auto. We leren nog dat ook los te laten.

Als we toe zijn aan een eerste tussenstop en ontbijt, ontdekt zoonlief dat hij zijn schoenen zelf had moeten aandoen of mee brengen. Hij is ook de enige in het gezin met maatje zesenveertig, die leen je niet snel van een ander. Hij zal op stapschoenen en slippers moeten reizen. Ik heb dat zes weken lang gedaan. Het was niet mijn meest uitgedoste periode maar dat gaat ook. Bij de eerste zwempartij, ontbreekt ook zijn zwembroek. Ik vrees dat er nog zaken volgen. Maar ik denk ook dat wij al goed kunnen loslaten.