Goede vraag

Ik ben altijd in voor een goede vraag. “Wanneer heb jij voor het laatst iets voor het eerst gedaan”, bijvoorbeeld. Dat vind ik een leuke. Ze gaat over bewust/onbewust versus onbekwaam/bekwaam in leren en verkoopt wellicht ook goed bij Sport4fun. Een heel jaar lang ben je bezig met voorzichtig zijn en zaag je tegen de kinderen over opletten hier, oppassen ginder en uitkijken met. Dan ga je met het gezin op vakantie en doe je eens zot na één simpele vraag.

Ik had nog nooit aan canyoning gedaan en wilde het graag eens proberen. Het is een sport waarbij je de loop van een rivier door een kloof volgt. Dwars door de natuur en het water stappen, klimmen, schuiven en springen. Stevige schoenen houden je op de been,  het lijf gewrongen in een wetsuit zodat niemand kan zien hoe het hart te keer gaat en de helm om de mond dicht te houden als die openvalt van verbazing. Een gids vertelt wat je waar moet doen. De adrenaline doet de rest. Bij aanvang is het onweer boven ons hoofd enger dan de hindernissen maar dat zal niet blijven duren.

Onze oudste dochter heeft jaren gezaagd om dit te doen. Ze is in gedachten bij ons en nu zit alles mee om eens iets nieuws te proberen. “Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan?” Nummer twee gaat voorop. De jongste volgt. Niet gewoon natuurlijk maar met veel sier. Als ze wandelt, staat ze immers ook meer op haar hoofd dan op haar benen. Wij volgen. Het woord “loslaten” valt. Ze lezen ook mijn blog. Die “hé moeder” erachter, vind ik minder. Zo jong als ik me voel bij een sprong in de diepte, zo oud voel ik me als één van de kinderen “moeder” zegt in plaats van “mama”. Als ik vroeger zei dat ik “moe” was, zei iemand steevast “je zult nog moeder worden”. Nu ben ik “moeder” maar toch liever niet “moe”. Misschien helpt hier geen vraag maar een antwoord. “Zullen we afspreken dat je voor het laatst iets voor het eerst hebt gedaan?” Nee, niet de canyoning maar het “gemoeder”. Canyoning doen we zeker nog eens. Beloofd.

Advertenties

Loslaten

Wij zijn op vakantie en de oudste is voor het eerst niet meer mee. Couleur Café en een buitenlands kamp met de scouts, moesten het afleggen tegen de jaarlijkse gezinsvakantie. Tussen twee topmomenten trekt zij haar plan. Met veel vertrouwen, een goed uitgeschreven draaiboek en overdreven veel Post-its lukt dat. We zijn weer met vier en dat komt eigenlijk ook wel uit. Het is ideaal om te kaarten en niemand moet op de kop zitten in het restaurant. Thuis zal het anders zijn maar zo leren wij loslaten.

We moeten al even niet meer achter onze kindjes hollen of beurtelings de wacht houden. Niet meer sleuren met pampers en papjes. Niet meer zoeken naar tutjes en knuffelbeesten. We moeten zelfs niet meer als een juf vragen of er pipi is gedaan en of iedereen zijn jasje aan heeft. Dat hebben we toch al even losgelaten. Het zou belachelijk zijn met grote kinderen.

Toen onze zoon nog een kleuter was, deed hij alles snel. Voorbij de schoolport liep hij steevast als een uitgelaten hond zijn rondjes op de speelplaats. Als we weg gingen, spurtte hij naar de auto en sprong hij in de autostoel. Ondertussen is hij zestien en heeft hij een lief. Tegenwoordig moeten we drie keer roepen en sloft hij naar de auto. We leren nog dat ook los te laten.

Als we toe zijn aan een eerste tussenstop en ontbijt, ontdekt zoonlief dat hij zijn schoenen zelf had moeten aandoen of mee brengen. Hij is ook de enige in het gezin met maatje zesenveertig, die leen je niet snel van een ander. Hij zal op stapschoenen en slippers moeten reizen. Ik heb dat zes weken lang gedaan. Het was niet mijn meest uitgedoste periode maar dat gaat ook. Bij de eerste zwempartij, ontbreekt ook zijn zwembroek. Ik vrees dat er nog zaken volgen. Maar ik denk ook dat wij al goed kunnen loslaten. 

Kiezen

Het is wennen, om na bijna zes weken weg zijn, weer gewoon te worden aan het normale leven. Hoeveel je ook wil en mag, er moet ook weer veel. Willen en mogen gaan vanzelf. Moeten is lastiger. Ik wil eigenlijk vooral thuis zijn. Inhalen wat ik gemist heb en bij mijn nest zijn. Ik kom alleen buiten als het niet anders kan of voor sport en cultuur.

Ik was zoals elk jaar ingeschreven om vandaag de Twintig kilometer van Brussel te lopen. Nadat ik alleen naar Compostela stapte, zag ik een deelname tussen veertig duizend deelnemers bij tropische temperaturen niet meer zitten. Gisteren ging het lopen zo goed dat ik vandaag zeker twintig kilometer wilde lopen. Gelukkig bedacht ik dat ik hem vroeg in ochtend in eigen streek ook kon lopen. Hier zijn ook pittige klimmen (Meesberg, Chartreuzeberg en Heideberg) en kasseien. Het tromgeroffel en geknal in het Jubelpark werd vervangen door het klank/-en lichtspel van een plaatselijk onweer. Terwijl de lopers vak per vak uit de startblokken werden gelaten, zat ik al heerlijk te genieten van een uitgebreid ontbijt in de tuin. Ik ben onderweg geen mens tegengekomen, liep mijn eigen tempo en kon zelfs stoppen om foto’s te nemen.

IMG_20170528_094113

Dat moest met optredens ook kunnen. Huiskamerconcerten ja. Maar verder ben ik Sigrid Spruyt niet. Gisterenavond trok ik met mijn meisjes weer richting Het Depot voor 40 jaar meisjes van Raymond van het Groenewoud. Het was puffen zoals de week voordien met Hooverphonic maar wel goed en de frisse fietstocht naar huis maakt veel goed.

IMG_20170527_234954_412

IMG_20170517_220218

Wie vrij kan kiezen, kiest altijd voor vrijheid. Kiezen is niet verliezen als je er uit haalt wat er inzit.

Het is goed geweest

“Love your haircut”, schreef een man zonder haar in een reactie op mijn vorig stukje. Kijk, die humor apprecieer ik erg. Ik kan daar echt van genieten. 

Na veertig dagen op de Camino, begin ik een aantal dingen hartsgrondig beu te worden. Alles went maar comfort toch net iets sneller. Het feit dat ze hier de vensters potdicht houden in de nacht, waardoor ik geen zuurstof krijg, bijvoorbeeld. Ik wist ook helemaal niet dat mensen zoveel kabaal konden maken terwijl ze met gesloten ogen languit liggen te niksen. Ik vraag me zelfs af of ik nog ooit zal kunnen slapen zonder snurkconcert. De slaapzak, die elke nacht als een dwangbuis rond me zit, kan ik ook missen. Een enorm contrast is dat met het gevoel van vrijheid tijdens het stappen. Schoeisel. Nog zoiets. Wandelbottines of slippers. Niets ertussen want daarvoor is geen plaats in de rugzak. Overal waar je komt, vind je collega’s door naar beneden te kijken. Je kan niet geloven hoe ik ernaar uit kijk andere kleren en schoenen aan te trekken. Als ik nu maar geen blaren krijg. Ik heb mijn terugvlucht vervroegd maar zal pas landen als ik ook eerder naar de kapper kan. Het wordt tijd. Die kale man heeft dat goed gezien.  

Ik heb het ook gehad met het pelgrimsmenu. Gelukkig heb ik elke dag veel gewandeld anders kon je me nu rollen. Het is goed geweest. Tijd om naar huis te gaan. Ik heb genoeg foto’s om alles nog eens te herbeleven en geluidsopnames voor als ik te snel aan een volgend gelijkaardig avontuur begin te denken. 

 

 

De man en de krant

De laatste zondag van mijn Camino. Ik ontbijt met twee Nederlanders en vier Duitsers. Daarnaast ontmoet ik een Belg uit Diest. We beginnen honderduit te vertellen. Ik merk amper dat mijn tafelgasten één voor één vertrekken. Ik zie een man met een heuptasje van Het Belang van Limburg aan de toog maar heb geen tijd om er meer aandacht aan te schenken. Iets vóór negen uur vraagt de landgenoot ongelovig of ik vandaag nog naar Muxia wandel. Ik neem snel afscheid en vertrek. 

In Belgisch Limburg lezen ze maar één krant en dat is Het Belang van Limburg. Als kind ben ik ermee opgegroeid. Nu maken manlief en ik regelmatig mee dat we niet “mee” zijn op familiefeestjes omdat we een andere krant lezen. “Heb jij dat niet gelezen?” klinkt het dan; “Het stond toch in de krant”. Niet de fabeltjeskrant maar het Belang van Limburg dus. In deze provincie kies je niet voor een krant omwille van politieke kleur of strekking en ook niet voor de sport of het streeknieuws. Je leest het dagblad omdat iedereen het leest. Alles en iedereen komt er wel eens in. Wat in Het Belang staat, is waar. Je bent pas dood als het in die gazet heeft gestaan. Niets zo verbindend voor een gemeenschap als eenzelfde krant lezen. 

Het is dertig kilometer stappen van Finisterra naar Muxia. Onderweg is er nergens een bar en dus blijf ik maar doorgaan. Wanneer ik in mijn reisgids kijk en mompel over een interessante plek die ik niet zie, stopt de man met het heuptasje. Hij vraagt of alles in orde is. “Oh yes”, zeg ik en ga verder in het Nederlands; “Ik denk dat jij een Belg bent”. Hij trekt grote ogen en vraagt hoe ik dat weet. “Alleen Limburgers lezen het Belang van Limburg”, weet ik. Hij is dertig dagen onderweg op de Camino del Norte en ik ben de eerste Belg die hij tegenkomt. We beginnen te praten en vooraleer we het goed beseffen zijn we in Muxia en drinken we samen bier. De Man is zijn naam. Dat kan Raymond van het groenewoud alleen maar zingen.

Dankjewel aan Het Belang van Limburg dat ik De Man leerde kennen. Komen wij nu in de krant?

Maffende honden bijten niet

Op Oudejaar sprak ik met de zus van Arnaut Houben. Hij maakte enkele jaren geleden een televisieserie over zijn tocht (vanuit België!) naar Santiago de Compostela. Het meest schrik had hij voor de honden op de Camino. Hadewijch wenste me een veilige reis en beklemtoonde vooral uit te kijken voor blaffende viervoeters.  

Iedereen die graag loopt, fietst of wandelt, komt weleens een vervelende hond tegen en is op zijn hoede, ik dus ook. Ik was de dieren beginnen tellen maar ben daar na drie dagen mee gestopt. Er zijn hier meer honden dan mensen.

De meeste beesten vallen echt wel mee. Vaak zijn ze zelf ook gewoon om te stappen of gewend aan wandelaars. Er zijn er die je amper hoort of ziet. Er zijn er ook die je de stuipen op het lijf jagen. Schrik is nooit een goede raadgever. Mijn angstzweet zullen ze niet ruiken. Met de blik op oneindig, baan ik me een weg naast het gegrom. Blijven ademen. Handen omhoog en onder je armen. Geen oogcontact maken. Wachten tot het gevaar is geweken. 

Het moet ook gezegd. Tijdens één van de vele koeienwandelingen, heeft een hond mijn leven gered. Eén tegendraads koebeest stormde met haar volle gewicht op me af. Gelukkig kwam de bewaking tussenbeide en liet haar snel weer in de pas lopen. 

 

IMG_20170426_135953_01_01_01

Ik ben er niet zo zeker van dat blaffende honden niet bijten. Ik zie ze alleszins liever slapen. Ik kan uiteraard niet de hele afstand op de tippen van mijn tenen lopen maar als ik voorbij een ronkend exemplaar kom, doe ik er alles aan om dat zo te houden. Van één ding ben ik zeker. Maffende honden bijten niet. 

IMG_20170429_085053_01_01

La vache qui rit

De lachende koe. Wie heeft het uitgevonden en waar halen ze het? Ik heb het eens opgezocht. Je leest het hier.

Het moet deze week precies éénendertig jaar geleden zijn dat ik nog zo tussen de koeien zat. Ik was elf jaar in 1986 bij de kernramp in Tsjernobyl en op vakantie bij familie met een melkveebedrijf. Ze luisterden aandachtig naar het weerbericht van Armand Pien om te beslissen of de beesten buiten mochten of op stal moesten blijven. Volksgezondheid was toen al een ernstige zaak en de melk werd grondig gecontroleerd. De boerderijen zijn ondertussen overgenomen door de kinderen en stuk voor stuk grote en hypermoderne bedrijven. 

Hier in Galicië loop ik nog eens terug tussen de koeien. De tijd lijkt hier echt te hebben stilgestaan. Ze boeren hier niet zoals in mijn kindertijd maar die van mijn ouders of nog vroeger. Je ziet hier veel kleine boeren met oude stallen. Ze wonen vaak boven de stal en tussen de koeienstront. 

Ik heb veel bewondering voor de boerenstiel. Je moet hard werken, bent afhankelijk van allerlei factoren en hebt weinig of geen vakantie. Een landbouwer kan zeker geen zes weken uit trekken om naar Santiago de Compostela te stappen. Wat ik vooral moeilijk zou vinden in het vak, is dat koeien nooit lachen. Hoe weet je nu dat ze zich goed voelen? Ik vind het echt heel goed gevonden. La vache qui rit.  

IMG_20170428_132703_01-1

Hello Kitty

Het moet een week geleden zijn dat ik Kitty en Bert nog heb gezien. Sindsdien heb ik ook Tedu en Han (Zuid-Korea) niet meer gezien. Steffen en Torsten (Duitsland) heb ik wel nog gezien. Juan (Mexico) en Anders (Denemarken) ook. Jean-Pierre (Frankrijk) ben ik even kwijt. Hetzelfde met Sally (Nieuw-Zeeland), Ilota (Letland), Prescilla (Brazilië), Amanda (USA) en Eva (Zwitserland). Alain (Frankrijk) en Sue (Engeland) zijn naar huis. Kim (USA) ligt voor. Jacqui (Engeland) en Rosie (Duitsland) lopen achter. We houden contact via sociale media.

Maandag kwam ik nog een opschrift tegen op de weg. Een aanmoediging voor Kitty. Het had niets te maken met de Kitty die ik ken maar het deed me wel aan haar denken.

kitty

Kitty en Bert zijn een stel uit Nederland en de laatsten waarmee ik op de Camino Nederlands sprak. Ik heb nog maar vijf Belgen ontmoet. Een Australiër telde al meer dan 40 nationaliteiten. Uiteraard houden de autoriteiten ook statistieken bij. Het aantal Duitsers en Amerikanen is het meest opvallend. Voor Duitsland heeft het boek “Ik ben er even niet” van Hape Kerkeling een rol gespeeld. In Amerika is de film “The Way” met Martin Sheen erg populair. De jonge Amerikanen vertellen thuis niet dat ze in Saint-Jean-Pied-de-Port vertrekken. De film begint met een ongeval in de Pyreneeën. De aanleiding voor een vader om de Camino van zijn verongelukte zoon af te maken.

Ik vraag niet aan iedereen vanwaar hij of zij is. Soms vermijd ik het zelfs. Gisteren heb ik in een heel mooie zaak geluncht​. Het decor leek op een bladzijde uit een woonmagazine. De uitbaatster zag er Nederlands uit; blond, groot en knap. Precies mijn schoonzusje. We spraken Spaans en ze vroeg niets. Bert en Kitty zijn er ook geweest en vertelden me dat ze Nederlandse was en dat haar zaak drie jaar geleden is geopend.

Vandaag heb ik Kitty en Bert terug gezien. Het was een bijzonder fijn weerzien. We hebben samen gegeten en nog een fles wijn gedronken. Het is plezant om overdag alleen te wandelen en ’s avonds in goed gezelschap te vertoeven. Ik ben heel benieuwd of en wanneer we elkaar terug zullen zien.

IMG_20170426_213334


Op het dak van de wereld

Terwijl mijn batterijen meer en beter worden opgeladen, gaan die van mijn smartphone steeds sneller af.

We hebben met ons gezin de Ben Nevis in Schotland eens beklommen. Na een beklimming tot 1345 meter stonden we op de top. Met onze voeten in de sneeuw, ons hoofd in de mist en onze kleren nat van de regen. Precies op het moment dat we als trofee een familieselfie wilden nemen, was de batterij plat.

Vandaag was het weer van dat. Het eigenlijke plan was te stoppen in La Faba maar het ging goed en ik wilde verder. Na Foncebadón (1439m), Manjarín (1458m) en Cruz de Ferro (1531m) was O Cebreiro (1306m) het hoogste punt van de Camino. Je kan er overnachten en dat zag ik wel zitten. Boven in een stapelbed slapen op het dak van de wereld. Ik hoopte er goed te slapen en tegelijk de batterij van mijn smartphone op te laden.

Weet iemand hoe je de batterijen uit een snurker haalt?

Een andere weg

Na drie weken pijltjes volgen, vond ik het gisteren welletjes. Ik kocht Compostela sokken mét pijltjes en zei tegen mijn voeten dat ze het eens alleen mochten proberen. Ik volg wel.

Dat gaat goed. Ik merk dat we niet door maar rond Ponferrada stappen maar dat is geen probleem. Ik leer loslaten. Ik heb vertrouwen en geniet van het mooie landschap. Rond de middag stopt een jogger die uitvoerig  uitleg geeft. Hier moet ik even overnemen. Ik zeg dat ik maar een beetje Spaans spreek en vraag of hij alstublieft langzamer kan praten. Hij blijft als een gek door razen. Drie keer vraag ik trager te spreken maar hij gaat alleen harder en hijgt bovendien zijn hart uit zijn sportlijf. Hij stuurt me terug en over de brug. Ik overtuig mijn voeten even naar hem te luisteren en we doen wat hij zegt. Hij maakt rondjes en duikt geregeld terug op om commentaar te geven. Hij gebruikt ons als referentiepunt voor zijn intervaltraining. Achter de brug aan de overkant, volgt de grote verdwijntruk. Hij is nergens meer te zien. Wat nu? Van hier heb ik geen enkel aanknopingspunt. Daarnet had ik nog de pijlen. Ik besluit terug te keren en de pijlen toch te blijven volgen. Mijn voeten mogen terug overnemen.

Na een tussenstop bij een café, praat ik nog met een oude vrouw. Ze wenst me een goede Camino. Ik loop tussen fruitbomen en wijnvelden.

Ik klim en lijk verder weg van alles te lopen. Ik zie geen mensen, geen bars, geen herbergen, niets. Rond deze tijd ben ik meestal klaar maar nu lijkt de bewoonde wereld verder weg dan ooit. De Caminotekens zijn er nog steeds. Ik maak er foto’s van.

Na een tijd heb ik echt wel in de gaten dat ik niet juist zit. Ik laat mijn voeten weten dat we nog een half uur proberen. Als er dan geen teken van leven is,  gaan we helemaal terug.

Plots zie ik enkele vervallen huizen en ook twee auto’s die nog moeten rijden. Kippen en poezen. Hier moet toch volk wonen? Ik klop aan maar niemand doet open. Plots staat een grote hond dreigend te blaffen. Die is geen wandelaars gewoon en ook niet van plan ons te laten passeren. Ik deins terug en begin te roepen. “Hola! Hola!”. Een oude dame steekt haar hoofd uit het raam. “Pardon, ik denk dat ik ben verdwaald”, zeg ik. “Kan ik hier ergens een herberg of hotel vinden?” Ze weet van niets. Ik had mijn matras beter niet terug naar huis gestuurd. Er komt een man naast haar staan. Die zegt dat ik best nog veertig minuten blijf stappen. Dan kom ik aan een kasteel. Ik zet verder. Het kasteel blijkt een ruïne. Op de parking staan auto’s. Ik spreek een jong koppel aan. Samen met Piedro en Angela bezoek ik het kasteel.

Ze brengen me naar Ponferrada. Ik neem een hotelkamer tussen het Castillo del Temple en de klokkentoren Torre del Reloy. Als ik mijn nieuwe sokken heb gewassen, trakteer ik mezelf op een gin-tonic en geniet na van mijn avontuur.

Het was een andere weg, maar ook een mooie.

schoenen